Afwijkende voorrangsituatie met ander verkeer
De voorrangsregeling op een trambaan sluit in beginsel aan bij de voorrangsituatie van de naastgelegen weg of rijbaan. Voor oversteekbewegingen van voetgangers en fietsers kan het om beleidsredenen echter wenselijk zijn fietsers en voetgangers in ongeregelde vorm te prioriteren ten opzichte van het verkeer op de (naastgelegen) weg. Daarbij blijft echter gelden dat trams op de trambaan voorrang hebben op het kruisende verkeer.
Een verkeersveilige vormgeving van een dergelijke situatie is mogelijk als er een duidelijke (visuele) scheiding is tussen de trambaan en de naastgelegen rijbaan of weg. Daartoe zijn de tram- en rijbaan gescheiden met een middeneiland, met minimaal voldoende veilige opstelruimte voor een fiets of voetganger. Benadruk de overgang naar een andere voorrangsituatie met markering, bajonethekwerken of tramwaarschuwingslichten (zie hoofdstuk 13).