Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Richtlijn inpassing tram in stedelijke omgeving
Deze tekst is gepubliceerd op 08-11-22

Den Haag

De tramvloot van Den Haag bestaat uit drie verschillende tramtypen, waarbij vooral het verschil in breedte opvalt (GTL8 = 2,35 meter; Avenio = 2,55 meter en RegioCitadis = 2,65 meter). Op tramtrajecten waarover meerdere materieeltypen rijden, moet de traminfrastructuur (baan en haltes) zijn aangepast aan het maatgevend tramvoertuig. In de praktijk komt dit neer op het geschikt maken voor trams met de grootste breedte en de grootste afstand tussen draaipunten van draaistellen, of de grootste lengte van rijtuigbakken. Dergelijke aanpassingen zijn zichtbaar door het verschil in afstand tussen perronrand en tram (‘Mind the gap’) en het verschil in afstand tussen tramsporen. Het hebben van verschillende materieeltypen heeft grote invloed op de inzetbaarheid op het tramnetwerk. In Den Haag richt de inzet van ieder type tram zich daarom op specifieke tramtrajecten, die geschikt zijn gemaakt voor de inzet van het betreffende type.
De GTL8-voertuigen zijn de laatste trams in Nederland zonder gelijkvloerse instap voor reizigers. Het is eenrichtingsmaterieel. Een deel van de GTL8-voertuigen is voorzien van beveiligingssystemen om door de Haagse tramtunnels te kunnen rijden. Op termijn worden deze voertuigen vervangen door trams met een betere toegankelijkheid.
De RegioCitadis is een gedeeltelijk lagevloertram voor twee richtingen. Voor goede rijeigenschappen bij hogere rijsnelheden op de lange lijnen naar Zoetermeer, bevinden zich onder de rijtuigkoppen traditionele draaistellen (zie paragraaf 4.1). De RegioCitadis combineert daarmee de mogelijkheid om op comfortabele wijze snel te rijden en reizigers toch ook een gelijkvloerse instap vanaf tramperrons te bieden. Als enige Haags tramtype rijden in de reguliere dienst op sommige lijnen twee gekoppelde tramvoertuigen.
De Avenio is aangeschaft om een deel van de oudere GTL8-voertuigen te vervangen en het vervoeraanbod voor reizigers te vergroten. Het is tweerichtingsmaterieel, wat als voordeel heeft dat bij verschillende eindpunten keerlussen zijn vervangen door kopsporen, met als gevolg een aanzienlijke ruimtebesparing. Verder is kenmerkend voor de Avenio dat toegangsdeuren aan beide zijden niet gespiegeld zijn. Dit in tegenstelling tot al het andere tweerichtingsmaterieel dat in Nederland rijdt. Avenio’s zijn breder en zwaarder dan GTL8-voertuigen. Om inzet mogelijk te maken, waren aanzienlijke investeringen nodig in de infrastructuur van de tramlijnen 9, 11, 15 en 17. Het betrof aanpassingen aan tramhaltes, tramsporen en spoorbeddingen, bovenleidingmasten, bruggen en kademuren. Daarnaast gaven de nieuwe trams regelmatig geluidsoverlast voor de directe omgeving.
Alle Haagse trams zijn voorzien van kaartautomaten. Trambestuurders hebben in de RegioCitadis en Avenio geen actieve rol voor de kaartverkoop of als informatiepunt voor reizigers.
Tabel 4-3. Kenmerken GTL8-I & GTL8-II, RegioCitadis en Avenio
Type GTL8-I & GTL8-II RegioCitadis Avenio
Fabrikant La Brugeoise et Nivelles (BN) Alstom Siemens
Aantal (in dienst) 61 72 70
Aantal (nog te leveren) Geen Geen Geen
Indienststelling 1981 (GTL8-I)
1992 (GTL8-II)
2006 2015
Samenstelling 3-delig 3-delig 4-delig
Rijrichtingen 1 2 2
Lengte 28,60 meter (GTL8-I)
29,00 meter (GTL-II)
36,76 meter 35,00 meter
Breedte 2,35 meter 2,65 meter 2,55 meter
Hoogte 3,19 meter 3,80 meter 3,80 meter
Maximumsnelheid 70 km/u
50 km/u (dienstsnelheid)
80 km/u (buiten de stad)
50 km/u (binnen de stad)
80 km/u (buiten de stad)
50 km/u (binnen de stad)
Vloerhoogte 860 mm 415/665 mm 350 mm
Aantal deuren per zijde (dubbel+enkel) 5+0 5+0 4+1
Aantal zitplaatsen 71 (GTL8-I)
76 (GTL8-II)
84 70
Aantal staanplaatsen 118 (GTL8-I)
112 (GTL8-II)
50 168
Nieuwe trams
De resterende GTL8-voertuigen zijn aan het einde van hun levensduur gekomen. De HTM is daarom genoodzaakt binnen afzienbare tijd nieuwe trams te bestellen ter vervanging van de laatste GTL-voertuigen. De nieuwe trams krijgen vooral een ‘integrale toegankelijkheid voor iedere reiziger’. De verwachting is dat nieuwe trams vanaf medio 2026 instromen.
Het tramnetwerk moet voor een deel aangepast worden. Hierbij is het uitgangspunt dat het tramnetwerk straks tram-onafhankelijk is, waardoor meer uitwisselingsmogelijkheden ontstaan tussen de verschillende aanwezige trams. Straks zijn ook alle haltes toegankelijk. Aanpassingen zijn noodzakelijk op delen van tramlijnen 1, 6, 12 en 16.
[ link ]

Figuur 4-40. GTL8-II (Den Haag) [f11]

[ link ]

Figuur 4-41. Avenio (Den Haag) [f11]

[ link ]

Figuur 4-42. RegioCitadis (Den Haag) [f1]

[ link ]

Figuur 4-43. RegioCitadis (Den Haag) [f1]