Inleiding
Nostalgische trams die over oude tramverbindingen door de binnenstad van Amsterdam rijden, nieuwe tramverbindingen door de tunnel onder de Haagse Grote Markt, moderne trams voor campusgebieden in Utrecht en Delft, of trams op de iconische Erasmusbrug in Rotterdam: iedereen zal een ander beeld hebben bij ‘de tram’. De diversiteit van de bebouwde omgeving waar trams rijden, draagt bij aan die verschillende beelden.
Wat trams wel gemeenschappelijk hebben, is dat zij grote groepen reizigers door stedelijk gebied vervoeren. Juist de diversiteit aan verschijningsvormen geeft tramsystemen voordelen ten opzichte van individueel verkeer of andere openbaarvervoersystemen, zoals (regionale)treinen, metro’s of bussen: tramsystemen zijn namelijk zeer flexibel inpasbaar in bijna iedere stedelijke omgeving. Er is echter ook een andere kant van de medaille: de verschillende verschijningsvormen leiden ertoe dat een kwalitatief hoogwaardige ruimtelijke inpassing van tramsystemen erg complex is.
Deze publicatie geeft informatie over de inpassing van tramsystemen. Stedenbouwers en landschapsarchitecten, ruimtelijk ontwerpers, mobiliteitsdeskundigen en verkeers- en vervoersdeskundigen kunnen deze informatie gebruiken om de tram op een toekomstvaste wijze in de stedelijke omgeving in te passen.
Alle tramsystemen overschrijden gemeentegrenzen. Voor de leesbaarheid staat er telkens de tramnetwerken van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht, maar de onderwerpen zijn ook relevant voor aanliggende gemeenten.
Ter inspiratie en verduidelijking staan er heel veel foto’s van trams over de hele wereld bij de tekst. Niet alle voorbeelden op de foto’s voldoen aan alle toegankelijkheidseisen, arbo-eisen, eisen voor de veilige inrichting van de openbare ruimte en andere (ontwerp)eisen. De foto’s geven de werkelijkheid weer en daardoor is soms duidelijk dat een situatie wel aan de ene, maar niet aan een andere eis voldoet, of kan voldoen. Aan de foto’s kunnen daarom geen rechten ontleend worden als zijnde ‘de perfecte situatie’.
Een publicatie met drie doelen: inspireren, motiveren en detailleren
Het doel van deze publicatie is informatie geven over de tram in brede zin, en over de inpassing ervan in de stedelijke omgeving in het bijzonder. Deze publicatie inspireert tot de keuze voor goed ingepaste tramsystemen, motiveert voor specifieke ontwerpkeuzes en detailleert om duurzaam ingepaste tramsystemen te maken.
Deel A inspireert met een introductie van de kansen die tramsystemen bieden. De relatie wordt gelegd met ruimtelijke ordening, stedenbouw, mobiliteit en techniek. Vragen als ‘Wat maakt een tram mogelijk?’ of ‘Hoe krijgt een tramsysteem vorm?’ staan centraal, waarbij de nadruk ligt op inspireren door te verwijzen naar voorbeelden uit de praktijk. Aangezien in het buitenland veel interessante voorbeelden zijn, staan er relatief veel verwijzingen naar tramsystemen en -toepassingen in het buitenland. In dit deel komen de hoofdkeuzes voor tramsystemen naar voren.
Deel B richt zich op het motiveren van keuzes. ‘Waarom past op de ene locatie een oplossing wel, terwijl op een andere locatie de situatie om een andere oplossing vraagt?’. Het helpt beslisnemers keuzes te maken voor de vormgeving van tramsystemen en deze te onderbouwen.
Deel C verlegt de focus naar het detailleren van tramsystemen. Als de keuzes voor oplossingsrichtingen op hoofdlijnen gemaakt zijn, begint het uitwerkten ervan. Dit deel geeft antwoord op vragen als ‘Met welke maatvoering moet ik rekening houden?’, ‘Welke materiaalkeuzes zijn er?’ of ‘Welke bebording en belijning is relevant in een oplossing?’ Het biedt houvast bij het maken van het ontwerp van een tramsysteem.