Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Richtlijn toegankelijkheid tram- en metrohaltes
Deze tekst is gepubliceerd op 12-10-25

Geleidelijnen

Geleidelijnen op de halte bieden altijd een veilige route voor de reiziger. De haltes en perrons moeten over de gehele lengte voorzien zijn van geleidelijnen. Geleidelijnen zijn zichtbare en voelbare stroken met ribbels op de grond die iemand met een visuele beperking met behulp van een taststok veilig kan volgen. Een geleidelijn is eenvoudig, eenduidig, en veilig. Hij heeft zo min mogelijk hoeken, knoop- en beslispunten en is in twee richtingen te gebruiken. Duidelijkheid gaat altijd boven esthetiek. Voorkom dat er te veel geleidelijnen zijn. Te veel geleidelijnen bij elkaar kan leiden tot onoverzichtelijkheid in de routes op de halte.
Figuur 5.5 geeft de afmetingen voor geleidelijnen weer, waarbij:
  • breedte obstakelvrij vloeroppervlak = 600 mm;
  • breedte geleidelijn = 300 mm.
De obstakelvrije ruimte aan weerszijden van de geleidelijn zorgt ervoor dat de reizigers met een visuele beperking genoeg ruimte hebben om veilig van de geleidelijn gebruik te kunnen maken. Zij lopen naast de geleidelijn, met de taststok op de lijn. Een geleidehond loopt schuin voor of naast zijn baas.
[ link ]

Figuur 5.5. Visualisatie van de afmeting en plaatsing van geleidelijnen

[ link ]

Figuur 5.6. Voorbeeld van geleidelijn op de halte. Links: geleidelijn bij een brede poort (metrostation Centraal Station, Amsterdam); rechts geleidelijn met richtingsverandering (halte Den Haag Centraal)

In tabel 5.3 staan de richtlijnen voor de geleidelijnen op de halte.
Tabel 5.3. Geleidelijnen
EisAspectRichtlijn
5.3.1Afmeting geleidelijn
Minimale breedte is 300 mm, met 4 of 5 ribbels of 7 golven die de looprichting volgen.
Minimale lengte is 1.800 mm.
5.3.2Afmeting ribbels of golven
De breedte van de ribbels is afhankelijk van de breedte van de geleidelijn en het aantal ribbels. Deze ligt doorgaans tussen 10 en 25 mm.
De hoogte van ribbels is in de buitenruimte 5 mm; bij een harde, vlakke en een gladde ondergrond is een hoogte vanaf 2,5 mm mogelijk.
De hart-op-hartafstand tussen de golven of ribbellijnen ligt bij geleidelijnen van 300 mm breed tussen 43 en 75 mm.
5.3.3Plaatsing
Links en rechts van een geleidelijn bevindt zich een obstakelvrije ruimte met een breedte van ten minste 600 mm.**Bij puntvernauwingen dient de obstakelvrije ruimte tussen de perronrand (exclusief veiligheidszone) en geleidelijn minimaal 600 mm te zijn, en de obstakelvrije ruimte aan de andere kant van de geleidelijn minimaal 300 mm.
De afstand van de geleidelijn tot aan de perronrand (exclusief veiligheidszone) is minimaal 600 mm.
5.3.3.1Voor een geleidelijn naar een trap geldt:
  • Een geleidelijn ligt bovenaan de trap altijd aan de rechterzijde (vanuit de looprichting). Tussen de geleidelijn en de voorkant van de bovenste trede is altijd een attentievlak en een waarschuwingsmarkering aanwezig.
  • Een geleidelijn ligt onderaan de trap altijd aan de linkerzijde (vanuit de looprichting). Tussen de geleidelijn en de voorkant van de onderste trede is altijd een attentie-vlak aanwezig.
  • De afstand tussen de geleidelijn en het hart van de leuning is minimaal 300 tot maximaal 600 mm.
5.3.3.2Voor een geleidelijn naar een lift geldt:
  • Een geleidelijn leidt de reiziger naar het midden van de liftdeur.
5.3.3.3Voor een geleidelijn naar een brede poort geldt:
  • Een geleidelijn leidt de reiziger naar het midden van de brede poort.
  • Binnen de brede poort is geen geleidelijn aanwezig; deze wordt hervat wanneer de reiziger zich weer buiten de brede poort bevindt.
5.3.4Richtingsverandering
Een geleidelijn bevat zo weinig mogelijk richtingsveranderingen.
Bij hoeken kleiner dan 15° mag een knik worden toegepast in de geleidelijn. Een hoek groter dan 15° is een richtingsverandering; pas dan een attentievlak toe.
Een verspringing in de geleidelijn is maximaal 300 mm groot en elk versprongen lijnstuk is minimaal 1.800 mm lang. Het aantal (obstakel)verspringingen is zo klein mogelijk. Breng ze alleen aan waar het niet anders kan (bijvoorbeeld om gevaarlijke situaties te voorkomen).
5.3.5Uitvoering
Een geleidelijn is uitgevoerd in materiaal met een kleurcontrast met de omliggende bestrating. De contrastwaarde (K) is afhankelijk van het type geleidelijn, en bedraagt minimaal 30. De kleur van de geleidelijn is bij voorkeur wit.
Onderbreek de ribbels in de geleidelijn regelmatig zodat vuil en water weg kunnen (maximale lengte van ribbels is 600 mm).