Hellingbanen
Pas voor het overbruggen van hoogteverschillen is een hellingbaan toe. Voor hellingen flauwer dan 1 : 25 geldt dat deze worden beschouwd als vlakke voetgangersroute. Een helling mag niet steiler zijn bij een bepaald hoogteverschil dan aangegeven in tabel 4.4. Een tussenbordes is noodzakelijk indien met meerdere hellingen van 1 : 10, 1 : 12 of 1 : 16 een niveauverschil tot en met 1 meter wordt overbrugd. Bij een hellingbaan horen de volgende afmetingen:
- breedte tussen de leuningen = minimaal 1,5 m;
- manoeuvreerruimte = minimaal 1,5 m x 1,5 m.
[ link ]
Figuur 4.4. Visualisatie van de toegankelijkheidsaspecten voor hellingbanen
Tabel 4.4. Maximale hellingen bij hoogteverschillen; hoe groter het hoogteverschil, hoe flauwer de helling
| Hoogteverschil | Helling |
| ≤ 0,1 m | 1 : 10 |
| 0,1 - 0,25 m | 1 : 12 |
| 0,25-0,5 m | 1 : 16 |
| 0,5-1,0 m | 1 : 20 |
| ≥ 1,0 m | >1 : 25 |
In tabel 4.5 staan de richtlijnen voor hellingbanen op de halte.
Tabel 4.5. Hellingbanen
| Eis | Aspect | Richtlijn |
| 4.5.1 | Uitvoering | Om de hellingbaan te kunnen gebruiken is er een geleidelijn of een natuurlijke gidslijn aanwezig naar de leuning (zie paragraaf 5.2). |
| 4.5.2 | Uitvoering | Plaats een leuning langs en boven- en onderaan de hellingbaan voor houvast bij het gebruik ervan. Zie paragraaf 4.3.3 voor eisen aan de leuning. |
| ||
| 4.5.3 | Uitvoering |
|