Liften
Bij een trap of een roltrap, moet altijd een alternatief (een lift of hellingbaan) aanwezig zijn. Vanaf een hoogteverschil groter dan 2 meter gaat de voorkeur uit naar een lift boven een hellingbaan.
Reizigers die niet zelfstandig met de trap het hoogteverschil kunnen overbruggen en hulpdiensten met een brancard, moeten gebruik kunnen maken van een lift.
In tabel 4.7 staan de richtlijnen voor liften op de halte.
Tabel 4.7. Liften
| Eis | Aspect | Richtlijn |
| 4.7.1 | Uitvoering |
|
| 4.7.2 | Maatvoering | De afmetingen van de lift zijn als volgt:
|
| 4.7.3 | Uitvoering | De uitvoering van de lift is vanwege sociale veiligheid bij voorkeur transparant (bijvoorbeeld uitgevoerd in glas). |
| 4.7.4 | Uitvoering |
|
| 4.7.5 | Uitvoering auditieve informatie | In de lift is een omroepsysteem waardoor de reiziger met een visuele beperking zich kan oriënteren. De omroep geeft aan op welk niveau de lift zich bevindt en geeft een waarschuwingsboodschap wanneer de liftdeuren openen/sluiten. |
| 4.7.6 | Uitvoering tekst |
|