Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Richtlijnen voor de bebakening en markering van wegen 2024
Deze tekst is gepubliceerd op 20-02-15

6.1.3 Pijlmarkering stroomwegen

Wanneer afbuigende pijlmarkering
Op stroomwegen past Rijkswaterstaat verkeersgeleidende markeringspijlen toe die de afbuigende beweging aangeven. Deze komen voor in situaties met en zonder bewegwijzering.
Er komen drie situaties voor:
  • bij weefvakken;
  • bij de uitrijstrook in combinatie met het Uitbord;
  • bij de splitsing van stroomwegen, in combinatie met het Chevronbord.
Uitgangspunten
  • Maatvoering: de afbuigende pijlen op stroomwegen kennen een standaardlengte van 7,50 meter. Zij worden immers toegepast bij 70 km/h of meer, zie paragraaf 2.3 en figuur 2.5.
  • Invoegende en rechtdoorgaande beweging wordt niet met pijlmarkering aangegeven.
  • Pijlmarkering komt altijd voor in combinatie met blokmarkering; er is niet over de gehele lengte van de blokmarkering pijlmarkering aanwezig.
  • Op nevenliggende rijstroken moet pijlmarkering steeds op onderling gelijke hoogte worden aangebracht; bij tapers begint de pijlmarkering eerst bij de volle breedte van de rijstrook.
  • Bij de combinatie van bewegwijzering en pijlmarkering is de pijlmarkering altijd volgend aan de pijlen op de bewegwijzeringborden.
  • Het wegfrezen van oude markeringspijlen zou onnodig schade geven aan het wegdek. Daarom worden in bestaande situaties de eerder geplaatste markeringspijlen zo veel mogelijk gehandhaafd.
  • Naast pijlmarkeringen staat Rijkswaterstaat alleen de ‘anti-spookrijpijl’ toe, die wordt toegepast op een uitrit van de stroomweg. Zie paragraaf 2.3 en 6.5 en figuur 2.18 en 6.20.
Uitrijstroken
Uitrijstroken van stroomwegen op het hoofdwegennet kennen standaard lengtes, zie de hiervoor geldende ontwerprichtlijnen.
  • Voor de ontwerpsnelheid 120 km/h bedraagt de lengte van de uitrijstrook 250 meter. In het rechte gedeelte (150 meter) worden drie markeringspijlen geplaatst op 50, 100 en 150 meter voor het puntstuk. In het hiervoor liggende schuine gedeelte (100 meter) van de uitrijstrook komen geen markeringspijlen.
  • Voor de ontwerpsnelheid 90 km/h bedraagt de lengte 185 meter. In het rechte gedeelte (110 meter) worden drie markeringspijlen geplaatst op 35, 70 en 105 meter voor het puntstuk. In het hiervoor liggende schuine gedeelte (75 meter) van de uitrijstrook komen geen markeringspijlen.
Basisconfiguratie pijlmarkering bij splitsingen en weefvakken
Bij splitsingen en weefvakken wordt gebruikgemaakt van de basisconfiguratie pijlmarkering. Deze configuratie bestaat uit drie opeenvolgende afbuigende markeringspijlen die stroomopwaarts van het divergentiepunt (puntstuk) worden geplaatst op respectievelijk 100, 150 en 200 meter afstand. Zie figuur 6.6.
[ link ]

Figuur 6.6. Basisconfiguratie pijlmarkering bij splitsing stroomwegen