Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Richtlijnen voor de bebakening en markering van wegen 2024
Deze tekst is gepubliceerd op 20-02-15

9.5 Oversteekplaatsen voor (brom)fietsers

Voor (brom)fietsers wordt een oversteekplaats op de volgende wijzen vormgegeven:
  • blokmarkering, bij oversteek in de voorrang;
  • geen markering, bij oversteek uit de voorrang.
De markering van oversteekplaatsen voor (brom)fietsers waar (brom)fietsers voorrang hebben op het kruisende verkeer bestaat uit blokken met afmetingen van 0,50 meter in combinatie met driehoeksmarkeringen. De ruimte tussen de blokken komt overeen met de afmetingen van de blokken. Dit in verband met de combinatie met driehoeksmarkeringen en/of markeringen voor voetgangersoversteekplaatsen. Aanbevolen wordt de blokmarkering buiten de rode strook aan te brengen waardoor het comfort voor fietsers wordt verhoogd en de breedte van het fietspad beter wordt benut.
[ link ]

Figuur 9.5. Fietsoversteek op wegvak met fietsers in de voorrang

Wanneer overstekend (brom)fietsverkeer voorrang moet verlenen aan het verkeer op de kruisende weg (bijvoorbeeld bij zogenoemde uitgebogen fietspaden of bij voorrangsonderbrekingen bij toe- en afritten) wordt geen markering toegepast.
Als (brom)fietsers geen voorrang hebben, wordt alleen in bijzondere situaties over de gehele oversteek markering aangebracht in de vorm van kanalisatiestrepen.
Dit geldt bij:
  • een scheve aansluiting of oversteek;
  • een knik in het oversteektracé;
  • lange oversteken;
  • als verschillende opstelvakken gekruist worden.
Zo mogelijk wordt een oversteekplaats voor (brom)fietsers loodrecht of nagenoeg loodrecht op de as van de rijbaan aangebracht. Bij een in twee richtingen te berijden fietspad worden ter plaatse van de oversteekplaats in principe alleen die blokmarkeringen aangebracht die de buitenste grenzen van de oversteekplaats aangeven. De blokken worden (voortaan) buiten de rode strook aangebracht waardoor het comfort voor fietsers wordt verhoogd omdat zij dan niet meer over de markering rijden en zij bij tegemoetkomende (brom)fietsers iets meer naar de buitenzijde zullen rijden waardoor er minder kans is op het raken van andermans stuur. Voor de markering van de as wordt een 0,5-0,5-streep (0,10 meter breed) aangebracht ter plaatse van de blokmarkering. Zie figuur 9.6.
[ link ]

Figuur 9.6. Oversteek van fietspad met tweerichtingsverkeer met (brom)fiets in de voorrang

Bij schuine oversteekplaatsen worden de rechthoekige blokken vervangen door parallellogrammen waarvan de zijden evenwijdig of nagenoeg evenwijdig lopen aan de as van de rijbaan respectievelijk de as van de oversteekplaats. Haaientanden worden eventueel eveneens schuin getrokken (zie paragraaf 2.2.1).
De blokken worden toegepast op rijbanen voor autoverkeer, maar niet op verkeersgeleiders, op bermen of onderbrekingen daarin.
Bij toepassing van brede verkeersgeleiders (≥ 1,50 meter) worden de twee richtingen als afzonderlijke oversteekplaatsen beschouwd en bestaat de markering uit een dubbele blokmarkering. Zie figuur 9.6.
Een tweerichtingenoversteek kan worden verduidelijkt door markeringspijlen op het kruisingsvlak. Omdat de markeringspijl een verplichte rijrichting aangeeft, kunnen deze pijlen alleen toegepast worden op solitaire oversteken waarbij de fietsers alleen rechtdoor mogen.
Combinatie fietsersoversteekplaats en voetgangersoversteekplaats
Bij de combinatie van een fietsersoversteekplaats en een voetgangersoversteekplaats op een rotonde gelden de volgende uitgangspunten:
  • Rotonde binnen de bebouwde kom: langzaam verkeer heeft voorrang, dus zebra- en blokmarkering toepassen.
  • Rotonde buiten de bebouwde kom: langzaam verkeer heeft geen voorrang, dus geen markering toepassen.
Bij kruispunten die met verkeerslichteninstallaties zijn geregeld (regeling gehele etmaal in bedrijf), wordt geen zebramarkering toegepast (zie ook hoofdstuk 10).
Bij combinaties van oversteekplaatsen voor voetgangers en (brom)fietsers moeten de markeringen in elkaars verlengde liggen. De afstand tussen de blokmarkering en de markering van de voetgangersoversteekplaats is 0,50 meter (minimaal 0,30 meter).
De combinatie van een zebra en een fietsoversteek uit de voorrang is niet gewenst (zie ook hoofdstuk 10).
De toepassing van haaientanden of 1-1-markering ter plaatse van het kruispunt is afhankelijk van de ruimte tussen fietspad en rijbaan. Zie figuur 9.7.
[ link ]

Figuur 9.7. Combinatie van markeringen bij oversteekplaatsen (inclusief voorrangsmaatregelen) met (brom)fiets in de voorrang