PRC00200
De Beleidsagenda Spoorveiligheid 2020-2025 is per 5 februari 2020 de opvolger van de Derde Kadernota Railveiligheid van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, maar gaat er ten aanzien van overwegen uiteraard nog steeds vanuit dat ingezet wordt op het structureel verbeteren van de veiligheid op overwegen. De veiligheid mag in ieder geval niet afnemen als gevolg van ontwikkelingen op het spoor en/of de weg. In het geval er sprake is van ontwikkelingen die van negatieve invloed kunnen zijn op de overwegveiligheid moeten er compenserende maatregelen genomen worden om het veiligheidsniveau te handhaven en daar waar mogelijk structureel te verbeteren. Dit is een verplichting voor die partij die een dergelijke ontwikkeling initieert. Om na te gaan of en zo ja in welke mate sprake is van een afname van de veiligheid als gevolg van spoor- danwel weg gerelateerde ontwikkelingen moet er op basis van het “nee tenzij ” – principe een risicoanalyse worden opgesteld. In deze analyse moeten ook de compenserende maatregelen worden benoemd. Deze analyse wordt beoordeeld door ProRail en zonodig door ProRail met haar advies voorgelegd aan de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT).
Voor de invulling van de Beleidsagenda Spoorveiligheid 2020-2025 heeft ProRail in samenspraak met ILT en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat de PRC00200 (Procedure “Risicoanalyse en compensatie bij wijzigingen) opgesteld. Deze procedure dient als leidraad bij het opstellen van een risicoanalyse. In dit document zijn een aantal uitgangspunten benoemd die van belang zijn voor het beoordelen van de mogelijke wijzigingen van het gebruik van een overweg. Zo zal ProRail bijvoorbeeld negatief adviseren ten aanzien van een voorgestelde wijziging met als doel een nieuwe overweg aan te leggen. Het advies van ProRail weegt zwaar bij de overwegingen van ILT.