Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Wegontwerp voor openbaar vervoer
Deze tekst is gepubliceerd op 31-07-19

Reizigersinformatie

Reis en routeinformatie essentieel
Informatieverstrekking is een essentiële schakel in het toegankelijk maken van de openbare ruimte en het openbaar vervoer. Er is een verschil tussen reisinformatie en routeinformatie:
  • Reisinformatie gaat over de vertrektijden van het openbaar vervoer, de toegankelijkheid van haltes en de aanwezigheid van een plattegrond, zodat reizigers zich kunnen oriënteren.
  • Bij routeinformatie gaat het om informatie hoe een reiziger van A naar B kan komen.
Reis- en routeinformatie is relevant in de hele verplaatsingsketen: voorafgaand aan de reis en tijdens de hele reis. De informatie moet een uniform karakter hebben, ongeacht de plaats waar ze wordt aangetroffen en de vervoersdienst waarop ze betrekking heeft. Uniformiteit is de basis bij de uitwerking van de richtlijnen voor reis- en routeinformatie. Overigens beperken deze zich in deze module tot de openbare ruimte en openbaarvervoerhaltes.
Bewegwijzerings- en reisinformatiesystemen
Om reizigers optimaal van dienst te kunnen zijn, is de zoektocht op de halteplaatsen en in de reisinformatie eenvoudig. Uniformiteit draagt daar sterk aan bij.
De bewegwijzerings- en reisinformatiesystemen op en nabij halteplaatsen is soms onvolledig en niet altijd duidelijk. Ook zijn er veel verschillende systemen die de reiziger geacht wordt te kennen, te begrijpen en waarmee de reizigers om moet kunnen gaan. Verschillen zitten zowel in de systematiek en de hoeveelheid aangeboden informatie, als in de manier waarop de informatie bij of op de halteplaats is aangebracht. In vormgeving, kleurstelling en lettertypen bestaan grote verschillen. Dat verschil is er niet alleen tussen de verschillende halteplaatsen, zelfs binnen enkele halteplaatsen staan regelmatig meerdere systemen van bewegwijzering en reisinformatievoorziening letterlijk naast elkaar. Dat komt bijvoorbeeld doordat de halte door verschillende vervoerders wordt aangedaan, of doordat informatie soms slechts gedeeltelijk wordt geüpdate.
De beïnvloeding van de reiziger door reis- en routeinformatie staat centraal. Er zijn reizigers die specifieke voorzieningen nodig hebben, zoals mensen met een mobiliteitsbeperking; uitgangspunt is de reiziger en zijn beperkingen. Maar ook beheerders, vervoersbedrijven en andere belanghebbenden hebben eisen en wensen. Zij zijn het immers die de bewegwijzering en reisinformatie plaatsen en onderhouden.
Informatievoorziening bij voor- en natransport
Een reiziger vraagt op verschillende momenten in de reis informatie over natransport op of krijgt die aangeleverd. Op al die momenten kan hij behoefte hebben aan informatie over zijn natransport. Zo kan een vertraging tijdens het voortransport leiden tot een verandering in het verdere verloop van de geplande reis.
Het voor- en natransport kan uit meerdere schakels bestaan en daarmee kunnen er ook meerdere momenten zijn waarop informatie aan de reiziger kan worden aangeboden. Er zijn zes momenten te onderscheiden van informatievoorziening over het natransport. Ook een overstap binnen het hoofdvervoermiddel zorgt voor meer momenten van informatielevering. Het is van belang de informatie tijdens de gehele verplaatsingsketen goed in te richten. De stroom aan informatie over het natransport is het grootst bij het overstappunt waar het natransport wordt ingezet.
[ link ]

Momenten van informatievoorziening over natransport

Bij de informatievoorziening over natransport, spelen twee elementen een belangrijke rol: de informatiedrager en de informatie zelf.
Voor reisinformatie is onderscheid gemaakt tussen statische, dynamische en actuele informatie.
Statische reisinformatie
Dit is reisinformatie die de gebruikelijke dienstverlening weergeeft. Deze informatie blijft ongewijzigd, tenzij er een nieuwe statische dienstregeling komt. Het betreft hier informatie die beschikbaar is via dienstregelingboekjes (ook op internet), reisplanners, vertrekstaten bij haltes en op stations. Deze informatie is doorgaans thuis en onderweg verkrijgbaar. Voor meer informatie over statische reisinformatie, zie CROW-publicatie 337 ‘Richtlijn toegankelijkheid, hoofdstuk 4 ‘Reis- en routeinformatie’.
Dynamische reisinformatie
Hier gaat het om reisinformatie waarin wijzigingen opgenomen zijn ten opzichte van de gebruikelijke dienstregeling. Voor meer informatie over dynamische reisinformatie, zie Richtlijn toegankelijkheid.
Actuele informatie
Elke reis vraagt voorbereiding. Voor vertrek wil de reiziger graag informatie over de reismogelijkheden voor de heen- en eventueel de terugreis. Het gaat daarbij om onder meer de reisroute, de aankomst- en de vertrektijden en de overstapmogelijkheden. Daarnaast hebben mensen met een functiebeperking en mensen met bijvoorbeeld een kinderwagen vooraf behoefte aan informatie over de toegankelijkheid van de gewenste (keten van) vervoerswijzen. Verder is er behoefte aan actuele reisinformatie, ook onder mensen zonder mobiliteitsbeperking.
Telematica kan worden toegepast om de drempel voor ketenverplaatsingen te verlagen zodat deze beter kunnen concurreren met ‘unimodale’ verplaatsingen (zoals het gebruik van de auto voor de gehele verplaatsing). Reis- en routeplanners geven specfieke informatie: de reiziger geeft vertrekplaats en eindbestemming aan en de planner berekent de reis/route. De informatie is volledig toegesneden op de vraag. De informatie is tekstueel gegeven en/of op een kaartje zichtbaar zijn. Meestal is de informatie gesorteerd op tijd (de eerste of snelste reismogelijkheid), maar het kan ook de kortste route zijn, vaker of minder vaak overstappen of prijs. Ook zijn er planners die rekening houden met specifieke zaken, zoals benzine-/oplaadstations, korte loopafstanden, tolwegen of parkeermogelijkheden. Internet en smartphone zijn voor het verkrijgen van deze informatie niet meer weg te denken.
Wanneer bijvoorbeeld van een tram, bus of trein de actuele positie bekend is, dan kan de aankomsttijd op een specifieke plaats voorspeld worden. Deze voorspellingen kunnen gecommuniceerd worden via schermen in het station, displays bij de halte of aan boord van een vervoermiddel via displays en/of met omroepberichten. Plaatsbepaling via routenavigatiesystemen maakt ook persoonlijke informatie specifieker. Deze systemen weten waar de reiziger zich bevindt en kunnen hierdoor op basis van een persoonlijke reiswens de reiziger begeleiden naar zijn bestemming.
De reiziger kan zijn eigen reis plannen en onderweg bijstellen, maar kan deze ook laten regelen en bewaken door een ander. Dit is een optie voor bijvoorbeeld de zakenreiziger of een reiziger met een mobiliteitsbeperking. In dat geval boekt de reiziger zijn reis bij een instantie. Deze staat in contact met de diverse netwerkbeheerders en kan informatie verkrijgen over de netwerksituatie. In het geval van afwijkingen kan nagegaan worden of deze de geboekte reizen gaan beïnvloeden. Als dat zo is, dan is het mogelijk de betreffende reiziger te informeren via persoonlijke communicatiemiddelen als sms en kan er, indien nodig, een nieuwe reis worden gepland. Bovendien kan bijvoorbeeld bij vertraging van een treinreis, die gevolgd wordt door een taxirit, de taxi op de hoogte worden gebracht van de bijgestelde verwachte aankomsttijd. Een voordeel voor de reiziger en voor het taxibedrijf.
Het informeren van de reiziger tijdens de reis heeft duidelijk beperkingen. De informatievoorziening via informatiepanelen, zuilen en andere publieke middelen is doorgaans beperkt en niet op de wensen van het individu afgestemd. Dat nadeel heeft een smartphone niet.
Gemak is de mate waarin de reiziger (geestelijke) inspanning moet leveren om gebruik te maken van voorzieningen. Bijvoorbeeld het uitzoeken waar de bus vertrekt, weten waar de ov-fiets te vinden is, of weten of er begeleiding voor mensen met een beperking is. Informatie op een overstappunt moet vindbaar en goed zichtbaar/hoorbaar zijn, ook voor wachtende reizigers. Iedere reiziger verwacht op een overstappunt verschillende vormen van natransport en informatie. Per type reiziger verschilt de vraag naar transport en de vraag naar informatie daarover. Het is dus belangrijk om vooraf duidelijkheid te hebben over het soort reiziger dat op een overstappunt veelal aanwezig is. Er zijn voorwaarden waaraan informatie over het natransport moet voldoen. Deze voorwaarden gelden voor informatie van de gehele keten van vervoeren. Voor informatie gaat het niet alleen om de informatie zelf, maar ook om de reiziger. De reiziger moet de informatie gemakkelijk kunnen vinden en begrijpen.
Juiste informatie voldoet aan de volgende voorwaarden:
  • gratis;
  • actueel;
  • op maat: voor die specifieke reis;
  • altijd en overal toegankelijk;
  • waarneembaar, in het zicht, leesbaar;
  • begrijpelijk: klare taal, overzichtelijk, relevant, logisch;
  • tastbaar;
  • verlicht;
  • geen obstakels in het zicht;
  • voor het keuzemoment: voor de incidentele keuze, waarbij de reiziger twijfelt: 'kies ik de fiets of toch iets anders?'
Bebording op bushaltes
Het moet duidelijk zijn wat de functie van een halte is, zodat reizigers weten wat ze kunnen verwachten. Kies voor een zo uniform mogelijke bebording die voor alle reizigers duidelijk en goed te begrijpen is. Vanuit de [ link ] zijn er eisen gesteld aan de minimale aanwezigheid van borden op een halte, zoals het informatiebord L03 voor het aangeven van een tram- of bushalte. Geef routes naar een halte duidelijk aan, zodat vooral voetgangers en fietsers eenvoudig en veilig de weg naar een halte kunnen vinden.