Tijdelijke haltes
Bij verstoringen in de lijnvoering door werkzaamheden, evenementen of andere incidenten, moet de bus een gewijzigde route rijden. Uiteraard moeten de wegen waar de gewijzigde route overheen gaat, geschikt zijn om het busverkeer af te wikkelen. De rijbaan moet voldoende breed zijn, snelheidsremmende maatregelen moeten passend zijn voor busverkeer en ook bochten zijn voldoende ruim om te doorrijden. Op de omleidingsroute zijn niet altijd haltes aanwezig, maar die zijn op dat moment wel gewenst. Leg dan tijdelijke haltes aan. Ook een behoefte aan extra halteplaatsen kan aanleiding zijn voor de aanleg van tijdelijke bushaltes.
In de dagelijkse praktijk zijn tijdelijke haltes vaak niet toegankelijk voor reizigers met een mobiliteitsbeperking. De vaak korte duur van de noodzaak van een dergelijk halte is de belangrijkste reden om geen grote investeringen te doen. Welwillende wegbeheerders willen nog wel eens met Stelconplaten een verhoogde halte creëren, maar de perronhoogte van 18 centimeter is niet altijd te realiseren. Bovendien is de kans op schade aan het voertuig erg groot; de buschauffeur kan niet vertrouwen op een gladde geleidende perronband op ideale hoogte.
Er zijn ook kant-en-klare tijdelijke haltes op de markt. De lengte van de halte is variabel, doordat de tijdelijke halte uit meerdere delen samen te stellen is. De breedte van het perron is verkrijgbaar in 2,57 meter en 1,30 meter. De hoogte is instelbaar van 15 tot 22 centimeter. De bovenzijde is bekleed met antislip aluminium traanplaat. Per volledig perron assisteren twee geleidezuilen de chauffeur om goed te halteren. Deze vormen ook een duidelijke signalering voor de overige weggebruikers. Het hellende entreedeel (afmeting 257 x 200 centimeter) sluit aan op de drie overige zijden van het perron en overbrugt probleemloos de afstand van maaiveld tot bovenzijde perron.
[ link ]
Voorbeeld van een tijdelijke halte