Bijzondere verschijningsvormen
In de voorgaande hoofdstukken is uitvoerig ingegaan op de basisvormen van rotondes. Lokale omstandigheden vragen echter geregeld de nodige inventiviteit om een doelmatige verkeersoplossing te kunnen creëren. Ook vanuit de Duurzaam- Veiliggedachte is het niet de bedoeling dat er alleen maar monotone rotondes verschijnen. Dan wordt de prijs voor eenheid in ruimtelijke inrichting te hoog. Er is altijd voldoende vrijheid - en die moet ook benut worden - met betrekking tot de inrichting van het middeneiland en de omgeving van een rotonde. Wel dient de herkenbaarheid van de oplossing voor de weggebruiker uniform en eenduidig te zijn. Dit is een absolute voorwaarde om Duurzaam Veilige verkeersoplossingen te realiseren.
Het is daarom goed om een aantal algemene voorbeelden te geven van bijzondere verschijningsvormen van rotondes. Voorbeelden van verschillende verschijningsvormen van turborotondes zijn te vinden in CROW-publicatie 257 ‘Turborotondes’. Deze oplossingen kunnen doelmatig functioneren, zonder dat de veiligheid in het gedrang komt, en passen binnen het streven naar de Duurzaam Veilige uniformiteit en eenduidigheid. Wel is het aan te raden om in dergelijke situaties met behulp van rijcurvesimulatie of praktijkproeven de berijdbaarheid van rotondes met een bijzondere verschijningsvorm te toetsen.
[ link ]
Figuur 23. Vormgeving toerit met eenrichtingsverkeer
Aansluitingen met eenrichtingsverkeer
Aansluitingen met eenrichtingsverkeer vanaf de rotonde zullen niet snel tot problemen leiden. Bij eenrichtingsverkeer naar de rotonde toe, dient te worden voorkomen dat verkeer de aansluitende tak inrijdt. Toepassing van tweestrookstoeritten wordt in dergelijke situaties ten zeerste afgeraden.
Bij enkelstrookstoeritten vraagt de vormgeving van de aansluiting bijzondere aandacht. Zo is het gewenst om geen afrondingsboog toe te passen tussen de rotonde en de denkbeeldige middengeleider. Wel is het aan te bevelen om de denkbeeldige middengeleider de laatste meters enigszins te laten meebuigen met de rijbeweging van het oprijdende verkeer. Ten slotte kan worden overwogen om de linkerberm van het toeleidende wegvak enigszins te verhogen, zodat het verkeer op de rotonde het zicht op de verharding wordt ontnomen.
Het is niet aan te raden om borden met afslagverboden langs de rotonde te plaatsen. Dit kan verwarring geven. Wel kan kort na de rotonde het bord verboden in te rijden met onderbord ‘ga terug’ worden geplaatst.
Bij enkelstrookstoeritten vraagt de vormgeving van de aansluiting bijzondere aandacht. Zo is het gewenst om geen afrondingsboog toe te passen tussen de rotonde en de denkbeeldige middengeleider. Wel is het aan te bevelen om de denkbeeldige middengeleider de laatste meters enigszins te laten meebuigen met de rijbeweging van het oprijdende verkeer. Ten slotte kan worden overwogen om de linkerberm van het toeleidende wegvak enigszins te verhogen, zodat het verkeer op de rotonde het zicht op de verharding wordt ontnomen.
Het is niet aan te raden om borden met afslagverboden langs de rotonde te plaatsen. Dit kan verwarring geven. Wel kan kort na de rotonde het bord verboden in te rijden met onderbord ‘ga terug’ worden geplaatst.
Bypass
Als capaciteitsverhogende maatregel kan een verkeersstroom langs de rotonde worden geleid over een zogenoemde bypass. De vormgeving en inrichting daarvan zal afhankelijk zijn van de beschikbare ruimte en het type aansluitende wegen.
Bijvoorbeeld bij stroomwegen is het mogelijk om een uitvoegstrook en een invoegstrook te realiseren. Door de te verwachten relatief hoge rijsnelheden in de bypass, wordt afgeraden hier langzaam verkeer gelijkvloers te laten oversteken (figuren 24a en 24b).
Indien fietsers in situaties buiten de bebouwde kom de bypass moeten oversteken, zullen zij voorrang moeten verlenen aan het autoverkeer. Een oversteeklocatie waarbij een haakse beweging wordt gemaakt, is hiervoor de beste oplossing (figuur 24c). Binnen de bebouwde kom, waar de fietser in de voorrang wordt gehouden, zijn er twee mogelijkheden. Afhankelijk van het ruimtegebruik en de capaciteit van de oplossing kan gekozen worden voor het doortrekken van de fietspaden langs de hoofdrijbaan (figuur 24d) of het realiseren van een oversteek op een plateau (figuur 24e).
Bijvoorbeeld bij stroomwegen is het mogelijk om een uitvoegstrook en een invoegstrook te realiseren. Door de te verwachten relatief hoge rijsnelheden in de bypass, wordt afgeraden hier langzaam verkeer gelijkvloers te laten oversteken (figuren 24a en 24b).
Indien fietsers in situaties buiten de bebouwde kom de bypass moeten oversteken, zullen zij voorrang moeten verlenen aan het autoverkeer. Een oversteeklocatie waarbij een haakse beweging wordt gemaakt, is hiervoor de beste oplossing (figuur 24c). Binnen de bebouwde kom, waar de fietser in de voorrang wordt gehouden, zijn er twee mogelijkheden. Afhankelijk van het ruimtegebruik en de capaciteit van de oplossing kan gekozen worden voor het doortrekken van de fietspaden langs de hoofdrijbaan (figuur 24d) of het realiseren van een oversteek op een plateau (figuur 24e).
[ link ]
Figuur 24. Mogelijke vormgevingsvarianten bypass
Figuur 25. Praktijkvoorbeeld bypass
Meertaksrotondes
Er zijn positieve ervaringen met rotondes waarbij vijf takken op de rotonde zijn aangesloten. Hierbij is de maatvoering van de diameter van de rotonde afgestemd op de rijbewegingen tussen alle elkaar navolgende takken. Alle toe- en afrijbogen dienen tangentieel aan te sluiten op de buitenstraal van de rotonde. In de regel zal dit leiden tot rotondes met grote diameters. Door middel van rijcurvensimulatie kan getoetst worden of de maatvoering zal voldoen. De vooraanduiding van de rijrichtingen en de bewegwijzering vergen in dergelijke gevallen bijzondere aandacht.
[ link ]
Figuur 26. Bepaling buitenstraal meertaksrotonde
Uitritten
Bij voorkeur worden uitritten aangesloten op één van de takken van de aansluitende wegen, minimaal net voorbij de middengeleider. Bij incidenteel verkeer kan worden overwogen een uitrit van bijvoorbeeld een perceel op de rotonde aan te sluiten.
Dergelijke uitritten moeten dan ook absoluut als zodanig herkenbaar zijn.
Middengeleiders en bebording zijn hierbij dus overbodig.
Dergelijke uitritten moeten dan ook absoluut als zodanig herkenbaar zijn.
Middengeleiders en bebording zijn hierbij dus overbodig.
Figuur 27. Praktijkvoorbeeld uitrit op rotonde
Figuur 28. Praktijkvoorbeeld doorsteek middeneiland
Poorten naar 30-km/h-gebieden
Het wordt afgeraden om een inritsituatie van een 30 km/h-zone direct op de rijbaan van een rotonde te laten aansluiten. Aanbevolen wordt deze te combineren met de fietsoversteek op 5 m afstand van de rotonde.
Afstemming op exceptioneel (lang en breed) transport
Indien de maatvoering van de rijbaan op rotondes met een beperkte diameter wordt afgestemd op zeer grote voertuigen die incidenteel gebruikmaken van de rotonde, zal het beoogde effect van de oplossingen verminderen. Om de oplossing ook voor exceptioneel transport passeerbaar te houden, dient te worden gekeken naar de voertuigkarakteristieken en hun routes. Bij veelvuldig gebruik door exceptioneel transport is het noodzakelijk de rotonde daarvoor geschikt te maken. Tevens dient te worden overwogen of een rotonde wel de juiste oplossing biedt dan wel of een alternatief beter is.
Om een rotonde passeerbaar te houden voor exceptioneel transport kunnen lokaal drie soorten maatregelen worden genomen:
- Het overrijdbare deel van het middeneiland kan worden verbreed. Belangrijk is dat voor voertuigen bij het toerijden van de rotonde een barrière in het zicht blijft. Met name bij afslagbewegingen door exceptioneel transport is dit een goede oplossing.
De hoogte van het overrijdbare deel moet zodanig worden gekozen, dat diepladers niet klem of beschadigd raken. - Indien exceptioneel transport rechtdoor wenst te rijden, kan een doorsteek in het middeneiland worden gemaakt. Door een uitneembaar baken of een hek wordt illegaal gebruik vermeden en toerijdend verkeer een visuele barrière getoond. Een alternatief is het realiseren van een overrijdbaar deel tussen twee afritten, enigszins schuin over het middeneiland. Bij het gebruik van een doorsteek moet wel worden geaccepteerd dat er over een korte afstand tegen het verkeer in moet worden gereden. Daarvoor zal (politie)begeleiding nodig zijn. Wel bestaat het risico dat de doorsteek in stille perioden illegaal wordt gebruikt, als er geen (uitneembaar) hek of baken is geplaatst.
- Ook is het mogelijk om aan de buitenzijde van de rotonde een strook of pad overrijdbaar te maken voor exceptioneel transport. Zolang illegaal gebruik kan worden voorkomen, zijn dit goede oplossingen. Een gevolg kan wel zijn dat door een overrijdbare strook aan de buitenzijde van de aansluitbogen op de rotonde met hogere rijsnelheden wordt gereden.
Afwijkingen in symmetrische vormgeving
Met name bij Haarlemmermeeraansluitingen kan het lastig zijn om achtereenvolgens twee afzonderlijke rotondes aan te leggen. Met het oog op de uniformiteit, het snelheidsremmend effect en de bereikbaarheid bij calamiteiten verdient het de voorkeur dan toch twee volledige basisvormen te realiseren. Het doortrekken van de middengeleider tot het middeneiland (zogenaamde ‘bottondes’) is niet aan te raden.
Het uiteentrekken van de rotonde tot een zogenoemde ‘ovonde’ is mogelijk, als er tussen de twee halve rotondes een rechtstand ontstaat van ten minste 25 m. Hierdoor komen voertuigen in een stabiele koers tussen de bochten. Het ver uiteentrekken van de rotonde heeft wel hogere rijsnelheden op de rotonde tot gevolg.
Rotondes waarbij niet met een vaste rijlijn wordt gereden - dat wil zeggen: op de rotonde moet niet alleen bij het op- en afrijden, maar ook op de rotonde zelf een stuurcorrectie worden uitgevoerd - worden sterk afgeraden. Ook variabele stralen in het middeneiland of de rijstroken kunnen beter niet worden toegepast. Ook eventuele turbine-achtige markeringen op de rotonde moeten een logische rijlijn volgen. Anders zal het een averechts effect hebben op de doorstroming en veiligheid. Zeer grote rotondes, die ervaren worden als een rondlopende weg, kunnen een uitzondering op de regel vormen.
Figuur 29. Rotonde (‘ovonde’) bij Haarlemmermeeraansluiting
Wanneer wordt afgeweken van een symmetrische vorm van de rotonde, zal op het ontwerp van de rotonde altijd een simulatie moeten worden uitgevoerd om de haalbaarheid en de berijdbaarheid te bepalen.
Op kruispunten waar een rotonde regelmatig een obstakel zou vormen voor speciale evenementen als wielerwedstrijden, is het mogelijk een verplaatsbare rotonde toe te passen. Hierbij wordt de verharding volledig over het kruisingsvlak doorgetrokken en worden daarop betonnen elementen geplaatst die samen het middeneiland vormen. Met een shovel of een kraan kunnen de onderdelen worden aangebracht en verwijderd.
Klik [ link ]