Knelpunten op gebiedsontsluitingswegen
Op gebiedsontsluitingswegen komen kinderen een tweetal problemen tegen:
- wegvakken waarlangs gelopen en gefietst wordt;
- oversteken over gebiedsontsluitingswegen.
Wegvakken
- brede stoep;
- vrijliggend fietspad;
- voorrang op erftoegangswegen goed vormgegeven;
- goede verlichting.
Stoep
Kinderen die langs een gebiedsontsluitingsweg lopen moeten minimaal over een obstakelvrije stoep van 1,50 m breed beschikken. Minder breed kan alleen toegestaan worden als naast de stoep eerst parkeervoorzieningen zijn. In smalle gebiedsontsluitingswegen zonder parkeervoorzieningen, waar het rijdende verkeer direct langs de stoep rijdt is minder dan 1,50 m niet verantwoord met het oog op de veiligheid van schoolgaande kinderen. Zorg ervoor dat (ongewenst) oversteken op weg vakken niet mogelijk of in ieder geval niet makkelijk is. Een doorlopende groenstrook met (lage, dichte) begroeiing is een mogelijkheid (mits er geen parkeervakken zijn).
Fietspad
Voor fietsende kinderen moet er volgens de Duurzaam Veilig ontwerpaanbevelingen een vrijliggend fietspad aanwezig zijn. Niet vrijliggende fietspaden worden regelmatig gebruikt door voertuigen voor korte stops. De uitwijkmanoeuvres die deze tot gevolg hebben vormen een gevaarlijke onderneming voor kinderen.
Inritconstructie
Het zicht vanuit erftoegangswegen op fietspaden op een gebiedsontsluitingsweg moet niet belemmerd worden door geparkeerde voertuigen of andere zichtobstakels. De fietsroute is in de voorrang van de gebiedsontsluitingsweg mee genomen. Inritconstructies moeten in vormgeving duidelijk de fiets- en looproute voorrang geven.
Verlichting
Ook op gebiedsontsluitingswegen kan door middel van een lage, kleinschaligheid oproepende verlichting een sfeer van verblijven gecreëerd worden. Hoge verlichting werkt (snel) doorrijden eerder in de hand.
Oversteken
Kenmerk van kinderen in de leeftijd tot 12/13 jaar is wat betreft de oversteektaak als volgt:
- Kinderen hebben tijd nodig om de situatie te kunnen opnemen en een beslissing te nemen.
- De informatie die kinderen te verwerken krijgen mag niet te veel zijn.
- Kinderen zijn niet altijd voorspelbaar in hun beslissing (zie paragraaf 2.1).
Voor de inrichting van oversteeklocaties op gebiedsontsluitingswegen betekent dat:
- Rijbaanversmalling: de rijbaan ter hoogte van de oversteek mag niet breder dan 2,75 tot maximaal 4 m per rijstrook zijn. Bij tweestrooks rijbaan (dus 4 in totaal) is een rijbaanbreedte van 2 x 3 m afdoende.
- Middeneiland: elke oversteek over een gebiedsontsluitingsweg moet in twee etappes mogelijk zijn, dus voorzien van een middengeleider, vluchtheuvel of andere mogelijkheid om halverwege te kunnen stoppen.
Op belangrijke schoolroutes moet het middeneiland 2,50 m breed zijn, omdat ook kinderen met fiets en groepen kinderen en begeleiders oversteken. Een smallere vluchtheuvel lokt het toch nog bij rood oversteken uit, omdat het wachten op een feitelijk te smal middeneiland niet prettig is en niet veilig voelt. - VOP/zebra op plateau: oversteken over een zebra moet altijd gecombineerd worden met een drempel of plateau. Uitsluitend een zebra aanbrengen is niet voldoende, ook de rijsnelheid moet afgeremd worden.
- Voetgangerslicht: bij intensiteiten vanaf circa 7500 mvt’s moet een voetgangerslicht geïnstalleerd worden, zodat kinderen op aanvraag of geregeld bij groen kunnen oversteken:
- De oversteek moet zo mogelijk conflictvrij zijn. - Op kruispunten moet het verkeerslicht voor voetgangers eerder op groen gaan dan voor het gemotoriseerde verkeer in dezelfde richting; dan zijn de voetgangers al bezig met het oversteken op het moment dat afslaand verkeer eveneens groen krijgt; anders bestaat het gevaar dat afslaand verkeer door het groene voetgangerslicht rijdt en voetgangers hun voorrang ontneemt. - Het probleem van ‘door rood rijden’ is door een combinatie van flankerende maatregelen (handhaving / rood-lichtcamera en educatie) wellicht enigszins te bestrijden. - Bij voetgangerslichten op wegvakken is extra aandacht te besteden aan snelheidsremmende voorzieningen (drempel, plateau) en een versmalling van de rijbaan. De stopstreep moet op ruime afstand van de oversteek worden geplaatst. Kinderen schrikken gauw van aankomend verkeer dat tot dicht op de oversteek blijft doorrijden. - Rotondes: Rotondes worden door kinderen als een moeilijke en ingewikkelde constructie ervaren (zie paragraaf 2.4). Binnen de bebouwde kom moeten fietsers en voetgangers in de voorrang -met zebra, middengeleider en op een plateau -kunnen oversteken. Voorkeur verdient een gescheiden fietspad dat goed zicht geeft van fiets naar kruisende auto en omgekeerd.
- Fietsende kinderen: Kinderen op de fiets blijken vooral op of nabij kruispunten ongevalgevoelig te zijn. Een heldere inrichting en goede verlichting is van belang.
Aanbevelingen:
Bij verkeerslichten voor voetgangers ook altijd maatregelen voor de fietser nemen. Voetganger en fietser gedragen zich bij een oversteek vaak hetzelfde, dat wil zeggen als voetgangers groen hebben gaan ook fietsers oversteken, ook al staat het fietssignaal op rood. - Verkeersbrigadiers: Op verkeersaders zijn verkeersbrigadiers geregeld de laatste redding om veilig te kunnen oversteken. Dat is een zeer arbeidsintensieve en niet-structurele oplossing die alleen tijdelijk geaccepteerd kan worden. Kinderen moeten ook veilig over kunnen steken als de verkeersbrigadiers er niet zijn.
Schoonoord - Kunst ter verhoging van de attentie
Lottum - Met een dergelijke kunstuiting kan ook een oversteekplaats ingericht worden