Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Handboek wegontwerp buiten de bebouwde kom
Deze tekst is gepubliceerd op 29-06-23

Afstreping

Situering
Pas afstreping toe in de volgende situaties:
  • capaciteitsreductie na een uitvoeging (van 2x2 naar 2x1);
  • beëindiging van een inhaalstrook op lange en/of steile hellingen;
  • rijbaanversmalling voor een stroomafwaarts gelegen dwangpunt.
Het afstrepen van de linker rijstrook betekent dat het aantal rijstroken op de rijbaan reduceert van twee naar één. De afstreping moet daarom op een plaats beginnen waar de intensiteit zo laag is dat afstreping geen afwikkelingsproblemen meer oplevert.
De afstand tussen een afstreping en stroomopwaarts en stroomafwaarts gelegen convergentie- en divergentiepunten moet zo groot zijn dat de turbulentieafstanden van de opeenvolgende punten elkaar niet overlappen. In paragraaf 15.8.8 staan de benodigde turbulentieafstanden.
Het einde van de afstreping moet tijdig zichtbaar zijn, gegeven het alignement en de inrichting en uitrusting van de weg.
Vormgeving
In figuur 15.60 is een afstreping afgebeeld.
[ link ]

Figuur 15.60 Afstreping

Een afstreping bestaat uit de volgende onderdelen:
  • configuratieborden (zie figuur 15.61);
  • verdrijfpijlen;
  • verdrijfstrepen;
  • rijstrookvermindering.
[ link ]

Figuur 15.61 Voorbeeld configuratiebord

Breng voor het begin van de afstreping verdrijfpijlen aan. De eerste pijl komt op 345 meter voor het begin van de verdrijfstrepen. De volgende pijlen komen op 210 meter, 110 meter, 45 meter en 10 meter voor de verdrijfstrepen. Het verdrijvingsvlak met de verdrijfstrepen bestaat uit een driehoekig en een rechthoekig gedeelte. Het driehoekige gedeelte maakt een hoek van 1 : 10 met de rijrichting. De lengte van het rechte gedeelte van het verdrijvingsvlak bedraagt 25 meter. Daarna eindigt de rijstrook.
Het is vanwege de veiligheid belangrijk dat de linker rijstrook ook fysiek eindigt. Dit voorkomt dat bestuurders die met de situatie bekend zijn, over de markering heenrijden in plaats van op de daartoe bestemde plaats van rijstrook wisselen.
Door het afstrepen van de linker rijstrook neemt de breedte van de middenberm toe met de breedte van de linker rijstrook. Buig de overgebleven strook vervolgens terug in de richting van de rijbaan voor de andere richting.