Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Handboek wegontwerp buiten de bebouwde kom
Deze tekst is gepubliceerd op 12-12-22

Bebording

Verkeerstekens zijn verkeersborden, verkeerslichten en verkeerstekens op het wegdek.
Verkeersborden zijn er in verschillende formaten. Het toe te passen formaat en manier hangt af van de omstandigheden. De te stellen eisen aan verkeersborden gaan over de uitvoering (paragraaf 18.2.1) en de plaatsing (paragraaf 18.2.2).
Het plaatsen (of verwijderen) van verkeerstekens/borden is geen doel op zich. Twee zaken gaan hieraan vooraf. Het ontwerp en de inrichting van de weg moeten zodanig zijn, dat met de geldende verkeersregels een veilig gebruik van de weg mogelijk is. Volgens de verkeers- of gedragsregels uit het RVV1990 () geldt dat wat met verkeersregels geregeld kan worden, niet met borden ondersteund hoeft te worden. In situaties dat het gewenst gedrag niet met een goed ontwerp of met verkeersregels kan worden afgedwongen, kunnen verkeerstekens en bebording nodig zijn om duidelijk te maken welk verkeersgedrag wenselijk is.
In de ‘Uitvoeringsvoorschriften BABW’ () staan de volgende drie algemene bepalingen over de toepassing van verkeersborden:
  1. Borden worden slechts toegepast als de inrichting van de weg in overeenstemming is met wat bij de afzonderlijke borden is voorgeschreven.
  2. Borden worden niet toegepast als daarmee een regeling wordt beoogd die overeenkomt met een gedragsregel of een ander verkeersteken. Ook als het gewenste gedrag voortvloeit uit de weginrichting blijven borden achterwege.
  3. Verkeersborden die een gevaar aanduiden, worden slechts toegepast als het gevaar voor de weggebruikers onvoldoende of niet tijdig waarneembaar is.
Het gewenste verkeersgedrag moet dus niet uitsluitend juridisch, maar ook feitelijk worden bevorderd. Infrastructurele maatregelen hebben sterk de voorkeur boven het plaatsen van borden. Dit betekent echter niet dat bij (alle) infrastructurele maatregelen verkeerstekens achterwege kunnen blijven.
Saneren van verkeerstekens
Wegontwerpers en beheerders hebben met het oog op de kosten wel eens de neiging om verkeersproblemen op te lossen met verkeerstekens en dan met name met verkeersborden. Dit heeft op veel plaatsen geleid tot een ’bordenwoud’. Niet alleen verliezen verkeerstekens dan aan overtuigingskracht, maar ook is de informatie via de verkeersborden te groot. Weggebruikers kunnen al deze informatie niet meer verwerken en pikken in veel gevallende informatie niet meer op. Terughoudendheid in het plaatsen van verkeersborden is gewenst. Dit geldt vooral vanwege kwetsbare verkeersdeelnemers zoals motorrijders, die gebaat zijn bij zo min mogelijk obstakels in de berm.
Het is veel beter om de infrastructuur aan te passen, waardoor het gewenste verkeersgedrag ook wordt bereikt. Het ontwerp en de ter plaatse toe te passen regelgeving moeten op elkaar zijn afgestemd. Terughoudendheid of vermindering van verkeerstekens leidt ook tot het serieuzer nemen van de resterende tekens en tot betere handhavingsmogelijkheden voor de politie. Het saneren van verkeerstekens behelst:
  • Het verwijderen van onnodig of foutief aangebrachte tekens.
  • Het wegnemen van de reden voor het aanbrengen van een teken, waardoor het teken kan worden verwijderd.
  • Het vervangen van tekens door fysieke voorzieningen.
  • Het vervangen van borden door markering.
  • Bij tekens die hun uitwerking missen: het nemen van ondersteunende maatregelen of, als dat niet kan, het verwijderen van het teken.
  • Het niet zichtbaar maken van een teken, wanneer het niet hoeft te worden gezien.
  • Het verbeteren van de situering van tekens.
  • Het vervangen van tekens die in slechte staat verkeren.
Het RVV 1990 beveelt sommige technische voorzieningen ter ondersteuning of vervanging van verkeerstekens nadrukkelijk aan. In CROW-publicatie 345 'Kwalitatief beheer verkeersborden' () staat een operationeel stappenplan voor het beoordelen van verkeersborden en voor het afwegen en maken van keuzes op beleidsniveau.