Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Handboek wegontwerp buiten de bebouwde kom
Deze tekst is gepubliceerd op 21-08-24

Markeringsvormen erftoegangswegen

Erftoegangsweg type 1 onderscheidt zich van erftoegangsweg type 2 door onder meer de aanwezigheid van een fietsstrook of een redresseerstrook. Kies afhankelijk van de breedte van de huidige rijbaan voor:
  • redresseerstroken: afgescheiden van de rijloper door een 1-­3 kantmarkering (0,10 meter);
  • fietsstroken: afgescheiden van de rijloper door een 1­-1 markering (0,10 meter).
In situaties waar de verkeersveiligheid dit vraagt, kunnen de aanpassingen of toevoegingen aan de markering worden gedaan. Het gaat hierbij onder andere om de volgende situaties:
  • Een scherpe bocht: hier kan de kantstreep worden gewijzigd van een 1-1- of een 1-3- naar een 3-1-markering, zie figuur 18.5.
[ link ]

Figuur 18.5 Kantmarkering in scherpe bocht op ETW

  • Een spoorwegovergang erftoegangsweg: hier kan asmarkering worden aangebracht om de opstelvakken aan te geven. Bij het toepassen van asmarkering op de erftoegangsweg houdt de kantmarkering op: asmarkering en kantmarkering worden niet tegelijkertijd toegepast, zie figuur 18.6.
[ link ]

Figuur 18.6 Markering bij overwegen

Breng op erftoegangswegen type 2 in beginsel geen markering aan. Pas alleen plaatselijk kantstrepen toe waar vanwege de verkeersveiligheid het attentieniveau moet worden versterkt. Een alternatief is het toepassen van grasbetontegels in de bermen om het tracéverloop van de weg extra te ondersteunen.
Breng op erftoegangswegen type 2 in beginsel geen markering aan. In situaties waar de verkeersveiligheid dit vraagt, kan een kantstreep worden aangebracht conform een 3-1-markering, zie figuur 18.5. Denk hierbij aan de volgende situaties:
  • Bij een scherpe bocht;
  • Accentuering van een passeerplaats;
  • Op een weg die onderdeel uitmaakt van een hoofdfietsroute.
Wijzig in onoverzichtelijke situaties, zoals krappe bogen of in situaties met zicht belemmerende beplanting in de binnenbocht, de kantstreep eventueel van een 1-3- naar een 3-1-markering, in combinatie met een onderbroken asstreep (3-1-markering). Verbreed de verharding ter hoogte van een asmarkering zodat personenauto’s en fietsers hun eigen verkeersruimte hebben in de bocht en twee personenauto’s elkaar kunnen passeren zonder gebruik te hoeven maken van de verkeersruimte van de fietser. Deze verbreding heeft een lengte die gelijk is aan de lengte van de zichtbeperking. Voer het verloop van het normale naar het verbrede profiel zodanig uit dat een bestuurder vanzelf zo veel mogelijk rechts houdt. Zie ook paragraaf 13.7.
Zones bij erftoegangswegen en bij scholen
Een zonepoort bij erftoegangswegen geeft de maximumsnelheid aan in het achterliggende gebied. De aangegeven snelheid bedraagt 60 km/h. Pas de lijnen worden over de volledige breedte van de weg toe of tot de aanwezige kantstrepen. De lijnen hebben een ongelijke breedte, zoals afgebeeld in figuur 18.7. Hierdoor wordt verwarring met een stopstreep voorkomen. De dikke streep ligt altijd aan de zijde van de laagste snelheid.
Breng ter hoogte van (basis)scholen eventueel een zoneaanduiding aan (zie figuur 18.8).
[ link ]

Figuur 18.7 Markering 60 km/h-zone

[ link ]

Figuur 18.8 Markering schoolzone

Zonemarkering attendeert weggebruikers erop dat zij een zone binnenrijden waar specifieke regels (parkeerregels/parkeerverbodzone) van kracht zijn. Breng hiertoe op het wegdek de tekst ‘ZONE’ aan, met daaronder twee horizontale strepen. Zie figuur 18.9.
[ link ]

Figuur 18.9 Markering parkeerzone

De zonepoort vormt een ondersteunende maatregel.Ondersteun de zonepoort met bebording. Breng de snelheidspoort op een minimale afstand van 20 meter van een kruispunt aan om verwarring tussen de lijnen van de zonepoort en de stopstreep bij een verkeersregelinstallatie te voorkomen. De exacte maatvoering is afhankelijk van de situatie.
Markering uitritten
Bij een uitrit erftoegangsweg wegtypen 1en 2 kan ter hoogte van de kantverharding een doorgetrokken streep worden toegepast, zie figuur 18.10.
[ link ]

Figuur 18.10 Markering bij een uitrit

Markering gelijkwaardig kruispunt
Op gelijkwaardige kruispunten is in de basis geen markering aanwezig. Op gelijkwaardige kruispunten van wegen kunnen ‘geverfde’ of bolgestrate verkeersdruppels het kruispunt accentueren en de gedragsregel ‘van rechts voorrang’ ondersteunen. Met name op erftoegangswegen en fietspaden kunnen geverfde verkeersdruppels een logische keuze zijn om gelijkwaardigheid te accentueren. Bij toepassing ervan worden alle takken, of juist geen enkele tak te voorzien van een verkeersdruppel. Ook aan het begin/einde van (brom)fietspaden kan een geverfde, of een gestrate verkeersdruppel visueel de overgang van erftoegangsweg naar (brom)fietspad benadrukken.
[ link ]

Figuur 18.11 Geverfde verkeersdruppels

De druppel draagt bij aan de verbetering van de opvallendheid van een kruispunt. Breng de druppels in alle toeleidende takken ongeveer 1 meter achter het verlengde van de kant van de kruisende rijbaan aan.