Ontwerp kruispunten
In Nederland bestaat een grote diversiteit in kruispunten en komen binnen elke hoofdgroep talloze verschijningsvormen voor. Op kruispunten vinden relatief veel ongevallen plaats. De differentiatie in elementen die wel of niet zijn toegevoegd aan het kruispuntontwerp, maken het voor weggebruikers soms moeilijk in te schatten welk gedrag wordt verlangd.
Kruispuntvormen
In de basis zijn er vier kruispuntvormen te onderscheiden:
- gelijkwaardig kruispunt (rechts gaat voor);
- voorrangskruispunt;
- rotondes, enkelstrooks of meerstrooks;
- kruispunt met een verkeersregelinstallatie (VRI).
Deze kruispuntvormen komen hoofdzakelijk voor op erftoegangswegen en gebiedsontsluitingswegen. Op stroomwegen zijn er aansluitingen (zie paragraaf 15.6) en knooppunten (zie paragraaf 15.7). Hiervoor zijn geen basiskenmerken uitgewerkt. Zie paragraaf 8.5.2 voor de basiskenmerken per kruispunttype.
Bij het kruispuntontwerp is, in tegenstelling tot wegvakken, geen sprake van een standaard- of versoberde inrichting. Bij de keuze van de kruispuntvorm mag niet worden afgeweken van de basisvormen. Herleid bijzondere situaties altijd tot de principe-oplossingen. Bijzondere situaties zijn bijvoorbeeld:
- zijwegen die niet in elkaars verlengde liggen;
- meer dan vier toeleidende takken;
- T-aansluitingen waarbij de rechtdoorgaande weg vanwege de verkeersintensiteiten niet als hoofdweg is aan te wijzen;
- assen van beide wegen die elkaar onder een scherpe of stompe hoek kruisen.
In tabel 8.3 is aangegeven welke kruispuntvormen mogelijk zijn bij kruisingen van wegcategorieën en wegtypes. In situaties waar geen uitwisseling plaats hoeft te vinden, kan in plaats van een kruispunt ook een ongelijkvloerse kruising, waarbij geen conflicten optreden, komen. Bij het kruisen van een spoorbaan is het ook mogelijk om een bewaakte overgang toe te passen. Deze twee bijzondere vormen zijn in dit handboek niet uitgewerkt.
Tabel 8.3 Kruispuntvormen bij kruisingen
| Gebiedsontsluitingsweg | Erftoegangsweg | |||||
| 2x2 | 2x1 | 1x2 | Type 1 | Type 2 | ||
| Gebiedsontsluitingsweg | 2x2 | - rotonde - VRI | - rotonde - VRI | - rotonde - VRI | Zie kwadrant linksonder | |
| 2x1 | - rotonde - VRI | - rotonde - VRI | - rotonde - VRI | |||
| 1x2 | - rotonde - VRI | - rotonde - VRI | - rotonde - VRI | |||
| Erftoegangsweg | Type 1 | - rotonde - VRI | - rotonde - VRI - voorrangskruispunt | - rotonde - VRI - voorrangskruispunt | - voorrangskruispunt (1) - gelijkwaardig kruispunt | - voorrangskruispunt (1) - gelijkwaardig kruispunt |
| Type 2 | kruispunt zo veel mogelijk vermijden, is deze er wel: - rotonde - VRI | - rotonde - VRI - voorrangskruispunt | - rotonde - VRI - voorrangskruispunt | - voorrangskruispunt (1) - gelijkwaardig kruispunt | - gelijkwaardig kruispunt | |
| Solitair (brom)fietspad | - ongelijkvloers | - ongelijkvloers - ter hoogte van een kruispunt | - ongelijkvloers - ter hoogte van een kruispunt | - voorrangskruispunt (2) - gelijkwaardig kruispunt | - gelijkwaardig kruispunt | |
| Openbaarvervoerbaan | Spoor | - ongelijkvloers | - ongelijkvloers | - ongelijkvloers - bewaakte overgang (alleen bestaand) | - ongelijkvloers - bewaakte overgang (alleen bestaand) | - ongelijkvloers - bewaakte overgang (alleen bestaand) |
| Busbaan | - ongelijkvloers - VRI | - ongelijkvloers - VRI | - ongelijkvloers - VRI | - ongelijkvloers - VRI | - ongelijkvloers - VRI | |
| 1) voorrangskruispunt alleen indien de noodzaak is aangetoond 2) voorrangskruispunt indien wenselijk vanuit prioriteit en/of veiligheid fietsverkeer | ||||||
Begrenzing kruispunttype
Dit handboek gebruikt vier typen kruispunten en rotondes als basisconfiguratie. Figuur 8.3 geeft voor elk kruispunttype schematisch weer welk gebied tot het kruispunt/de rotonde wordt gerekend (het gebied binnen het rode kader) en welk gebied tot het wegvak (het gebied buiten het rode kader). De voorzieningen voor fietsers en voetgangers zijn in deze schema’s weggelaten, maar passen over het algemeen binnen het rode kader.
Het gaat om de volgende kruispunttypes en begrenzingen:
- kruispunt zonder voorrangsregeling: tangentpunten van de boogstralen;
- voorrangskruispunt: start puntstuk of start belijning bij een middengeleider of start van de belijning van een voorsorteervak;
- rotonde: start puntstuk;
- kruispunt met verkeerslichten (VRI): start puntstuk of start belijning bij een middengeleider of start van de belijning van een voorsorteervak.
[ link ]
Figuur 8.3 Overzicht wat tot het kruispunt wordt gerekend en waar de basiskenmerken kruispunten en rotondes van toepassing zijn
Kruispunten en T-aansluitingen
Bij het voorrang verlenen op kruispunten spelen gedragsaspecten een belangrijke rol in de volgende drie fasen:
- Fase 1: het naderen van de kruisende voorrangsweg: bij het naderen van het kruispunt geeft de voorrangsplichtige de voorrangsgerechtigde het vertrouwen dat hij voorrang krijgt.
- Fase 2: het oprijden van de kruisende voorrangsweg: de voorrangsplichtige laat voldoende ruimte vrij aan de voorrangsgerechtigde.
- Fase 3: het verlaten van het kruispunt: de voorrangsplichtige geeft bij het oprijden de voorrangsgerechtigde voldoende tijd om het kruisingsvlak of conflictvlak te verlaten.
Het verkeersgedrag op kruispunten met vier toeleidende wegen zonder voorrangsregeling wijkt sterk af van het gedrag op T-aansluitingen (kruispunt met drie toeleidende wegen). Daarvoor zijn de volgende redenen:
- Het aantal potentiële conflictpunten op een T-aansluiting is kleiner. Hiermee is de kans op (ernstige) conflicten en ongevallen in beginsel kleiner.
- Bij een T-aansluiting is de snelheid van het verkeer op de niet-doorgaande weg op het kruisingsvlak altijd laag. De snelheid op de doorgaande weg kan relatief hoog zijn. Op kruispunten met vier toeleidende wegen kan de snelheid op alle toeleidende wegen relatief hoog zijn.
- Bestuurders op de doorgaande weg van een T-aansluiting zijn geneigd voorrang te nemen. Bestuurders op de niet-doorgaande weg zijn juist geneigd voorrang te geven (defensief gedrag). Op kruispunten met vier toeleidende wegen treedt dergelijk voorrangsgedrag niet op, tenzij er verschillen zijn in allure, intensiteit en snelheid.
- Bestuurders op de niet-doorgaande weg van een T-aansluiting hebben een hoger attentieniveau.
Uit onderzoek van het Kennisnetwerk SPV 'Kruispunt omvormen naar bajonetaansluitingen -> waarschijnlijk effectief' () blijkt dat een bajonetaansluiting (dubbele T-aansluiting) met een voorrangsregeling veiliger is dan een voorrangskruispunt met vier toeleidende wegen (zie ook paragraaf 15.1.2 en 15.2.1).