Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Handboek wegontwerp buiten de bebouwde kom
Deze tekst is gepubliceerd op 08-12-23

Overgangen naar andere wegcategorie

Functionele eisen aan overgangen van wegcategorieën
Voor de overgang tussen verschillende wegcategorieën gelden de volgende functionele eisen:
  1. De overgang in wegcategorieën vindt plaats op de locatie die de weggebruikers als logisch ervaren en die past binnen hun verwachtingspatroon.
  2. De verschillende wegcategorieën zijn bij de overgang zichtbaar en herkenbaar, zowel bij daglicht als bij duisternis. Waar nodig worden de basiskenmerken van de wegcategorie extra geaccentueerd.
  3. De overgang in wegcategorieën is op een zodanige afstand zichtbaar, dat de weggebruikers veilig het gewenste snelheidsniveau kunnen bereiken. Dit geldt met name voor de overgang van hoge naar lage snelheid.
  4. De overgang in wegcategorieën ligt op de plaats waar voldoende mogelijkheden zijn om de overgang in het wegbeeld te ondersteunen. ​
  5. De overgang bij de komgrens wordt ondersteund door een herkenbare contourlijn van landelijke naar stedelijke omgeving.
Ontwerpeisen aan overgangen van wegcategorieën
Voor de overgang tussen verschillende wegcategorieën gelden de volgende ontwerpeisen:
  1. Het aantal oplossingen is beperkt en de oplossingen zijn uniform vanwege de herkenbaarheid door de weggebruikers.
  2. De vormgeving bewerkstelligt het gewenste (snelheids)gedrag bij de weggebruikers.
  3. Het verschil in maximumsnelheid voor en na de overgang is niet groter dan 30 km/h, bij grotere verschillen vindt de overgang gefaseerd plaats.
  4. De vorm en de inrichting van de overgang veroorzaken geen beperking van de berijdbaarheid voor de maatgevende voertuigen (en andere weggebruikers).
  5. De vorm en de inrichting van de overgang veroorzaken geen grote verzwaring van de rijtaak van de weggebruikers.
  6. De vormgeving van de overgang bij een komgrens voldoet aan de betreffende eisen uit de Uitvoeringsvoorschriften BABW.
Overgang tussen regionale stroomweg en gebiedsontsluitingsweg
Voor de vormgeving van een overgang van een regionale stroomweg naar een gebiedsontsluitingsweg zijn er twee opties:
  • Kruispunt met verkeersregelinstallatie of rotonde in het verlengde van de stroomweg
    In het verlengde van de stroomweg reduceren een verkeersregelinstallatie of rotonde de snelheid van het verkeer vrijwel tot nul. Laat als introductie al op enige afstand voor dit punt de rijbaanscheiding in de middenberm weg. Verlaag daarnaast de toegestane snelheid al op ruime afstand voor het kruispunt of de rotonde.
  • Overgang via een afrit
    De regionale stroomweg eindigt ter hoogte van een aansluiting en al het verkeer wordt naar de afrit geleid. Deze oplossing vraagt heel veel aandacht voor de herkenbaarheid en de opvallendheid van de situatie. De verkeersveiligheid komt bij deze oplossing gemakkelijk in het geding, en heeft daarom niet de voorkeur.
Voor beide opties is het van belang om ook de markering en de bebording aan te passen aan de overgang van wegcategorie.
[ link ]

Figuur 16.1 Overgang regionale stroomweg naar gebiedsontsluitingsweg ter hoogte van een kruispunt

[ link ]

Figuur 16.2 Overgang regionale stroomweg naar gebiedsontsluitingsweg via een afrit

Overgang tussen gebiedsontsluitingsweg en erftoegangsweg in een wegvak
De overgang van een gebiedsontsluitingsweg 80 km/h naar een erftoegangsweg 60 km/h in een wegvak, bestaat uit een poortconstructie die de grens van de 60 km/h-zone aanduidt, eventueel in combinatie met een fysieke maatregel. De poortconstructie is vergelijkbaar met een bebouwdekomgrens, maar de omgevingskenmerken spelen een veel kleinere rol: er is geen bebouwingscontour zichtbaar. Wel moet de verandering van het wegprofiel goed zichtbaar en herkenbaar zijn en moet het verschil in snelheidsregime tot uiting komen in de inrichting van de weg. De poortconstructie bestaat uit:
  • De aanduiding van het begin en het einde van 60 km/h of 60 km/h-zone (bord A1 of A1 (zone) en bord A2 of A2 (zone)). Bij een 60 km/h-zone staan de borden aan weerszijden van de rijbaan in een frame met aan de onderzijde rood-witte markeringsplanken. Vanwege de poortwerking staan op erftoegangswegen type 1 de borden aan weerszijden, ook als de rijbaan smaller is dan 5,00 meter.
  • Een dubbele witte dwarsmarkering en ‘60’-markering.
  • Twee zijstrepen van 20 meter in de lengterichting van de weg om de overgang naar de smallere rijbaan te accentueren als de rijbaan van de erftoegangsweg smaller is dan 5,00 meter.
[ link ]

Figuur 16.3 Overgang van gebiedsontsluitingsweg naar een erftoegangsweg op een wegvak

Fietsvoorzieningen bij overgangen van erftoegangswegen
Bij overgangen van een erftoegangsweg naar een andere wegcategorie kan sprake zijn van de volgende situaties:
  • verandering van type fietsvoorziening;
  • een combinatie van oversteekplaats voor fietsers, bromfietsers en voetgangers;
  • overgang van bromfietsers op (brom)fietspad naar bromfietsers op de rijbaan.
In figuur 16.4 staat een voorbeeld van een overgang van een profiel met een eenzijdig in twee richtingen te berijden fietspad naar een profiel met fietsstroken. Deze oversteek is te gebruiken bij de overgang van een gebiedsontsluitingsweg 80 km/h (met vrijliggende fietspaden) naar een erftoegangsweg 60 km/h (met fietsstroken). De oplossing kan bij een komgrens ook gecombineerd worden met de overgang van een erftoegangsweg 60 km/h (met fietspad) naar een gebiedsontsluitingsweg 50 km/h (met fietsstroken). Ook is het principe toe te passen op locaties waar geen overgang in wegcategorie aanwezig is, maar waar wel de fietsers van vrijliggende fietsvoorzieningen naar fietsstroken worden geleid. Hierbij moeten de herkenbaarheidskenmerken van de wegcategorie behouden blijven.
[ link ]

Figuur 16.4 Voorbeeld overgang gebiedsontsluitingsweg 80 km/h naar erftoegangsweg 60 km/h met een eenzijdig in twee richtingen te berijden fietspad naar een profiel met fietsstroken

Zie voor de verdere uitwerking van deze situaties de 'ASVV 2021' () en CROW-publicatie 315 ‘Ontwerpwijzer fietsverkeer’ ().