Rijstrook
Gebiedsontsluitingswegen en regionale stroomwegen bevatten het element ‘rijstrook’. Dit in tegenstelling tot erftoegangswegen die het element ‘rijloper’ (zie paragraaf 14.1.2) bevatten. Een rijstrook is (buiten de bebouwde kom) een door markering begrensd gedeelte van de rijbaan, dat voldoende breed is voor het voor dat gedeelte van de rijbaan bestemde rijdende verkeer. Een rijstrook heeft als functie het afwikkelen van het rijdende verkeer, gebaseerd op de bewegingsruimte.
De breedte van de rijstroken wordt gemeten tussen de kant- of deelstrepen. Het betreft dus de netto rijstrookbreedte. De breedte van een afzonderlijke rijstrook is niet los te zien van de aard en de functie van de aangrenzende ontwerpelementen. Als bijvoorbeeld aan weerszijden van een rijstrook een (brede) redresseerstrook is geprojecteerd, kan de rijstrookbreedte kleiner zijn dan bij twee naast elkaar liggende rijstroken.
In tabel 14.2 staan de rijstrookbreedtes voor de standaarddwarsprofielen. Hierbij is rekening gehouden met de eisen van een soepele verkeersafwikkeling. Pas in krappe horizontale bogen (r < 300 meter) aanvullend nog bochtverbreding toe zoals beschreven in paragraaf 13.7.
Tabel 14.2 Rijstrookbreedte (in rechtstanden)
| Gebiedsontsluitingswegen | Regionale stroomwegen | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Ontwerpsnelheid | V ontwerp = 80 km/h | V ontwerp = 100 km/h | V ontwerp < 100 km/h | |||
| Aantal rijstroken | 1 | ≥ 2 | 1 | ≥ 2 | 1 | ≥ 2 |
| Hoofdrijbaan | 2,75 m | 3,10 m | 3,00 m | 3,25 m | - | - |
| Invoeg-/uitvoegstrook | - | - | 3,00 m | 3,25 m | 3,00 m | 3,10 m |
| Verbindingsweg | - | - | - | - | 3,00 m | 3,10 m |
Ontwerp alle niet-standaardrijstroken (doelgroepstroken, inhaalstroken, linksafvakken en opstelstroken) in beginsel gelijk aan de standaardstroken. Houd eventueel bij doelgroepstroken rekening met een fysieke scheiding van het overige verkeer (zie hoofdstuk 9). Op in- en uitvoegstroken van regionale stroomwegen is vanwege de aanwezigheid van de blokmarkering (die breder is dan standaardlengtemarkering) een reductie van 0,25 meter op de netto rijstrookbreedte acceptabel.
Wijk in principe niet af van de standaardrijstrookbreedte. Een grotere breedte heeft een toename van de snelheid tot gevolg. Bij een kleinere breedte neemt het ongevalsrisico toe en nemen bovendien de kwaliteit en het comfort van de verkeersafwikkeling af. Dit probleem speelt vooral op gebiedsontsluitingswegen met een 1x2-profiel, omdat het standaardprofiel al redelijk krap is vormgegeven. Ruimere maatvoering (van rijstrook en rijbaan) kan voor dit profiel de kans op ongevallen beperken. Extra ruimte in dit profiel wordt wanneer mogelijk bij voorkeur toegevoegd aan de rijrichtingscheiding en de redresseerstrook.
Het effect van alleen de rijstrookbreedte op de verkeersafwikkeling en de verkeersveiligheid is moeilijk aan te geven. Zoals bij alle ontwerpelementen het geval is, is het een combinatie van elementen die de veiligheid van het geheel bepaalt. Overwegingen voor de rijstrookbreedte zijn:
- hoe smaller de rijstrook, hoe groter het aantal kantstreepoverschrijdingen, waardoor een bredere redresseerstrook gewenst is;
- smalle rijstroken hebben een gering snelheidsverlagend effect;
- de rijstrookbreedte is niet (significant) van invloed op de capaciteit;
- bij smalle rijstroken kan, afhankelijk van de hoeveelheid (zwaar) vrachtverkeer, eerder spoorvorming optreden. Dit is vanwege de verkeersveiligheid (aquaplaning) en onderhoud ongunstig.