Veilige snelheden en geloofwaardige snelheidslimieten
De veilige snelheid is afhankelijk van de functie van de weg en daarmee van de samenstelling van het verkeer. Ook de mogelijkheid en onmogelijkheid van het optreden van bepaalde conflicten zijn van invloed op de veilige snelheid. Verkeersdeelnemers komen op een wegvak/kruispunt andere verkeersdeelnemers tegen. Het gaat hierbij dan om:
- dwarsconflicten (oversteken);
- frontale conflicten (tegemoetkomend op elkaars rijvlak);
- langsconflicten (zelfde rijrichting).
Op basis van botsproeven tussen voetgangers en auto’s en auto’s onderling zijn de maximumsnelheidseisen voor personenauto’s per conflicttype gedefinieerd (). Voor gemotoriseerde tweewielers wordt van dezelfde snelheden uitgegaan. Voor zwaar verkeer is nog onvoldoende kennis om veilige snelheden te definiëren. De samenstelling van zwaar verkeer kan zodanig verschillend zijn, dat hier niet een betrouwbare snelheid aan gekoppeld kan worden. In tabel 6.3 is dit uitgewerkt voor de belangrijkste potentiële conflicten (dwars, frontaal en langs). Verder zijn de veilige snelheden tussen de verschillende verkeerssoorten gegeven. Op basis van tabel 6.3 wordt bijvoorbeeld aanbevolen dat op een weg waar gemotoriseerd verkeer rijdt en fietsers oversteken (en daarmee dwars kruisen), de snelheid vanuit veiligheidsperspectief bij voorkeur maximaal 30 km/h is. De erven (snelheid 15 km/h) zijn niet in het onderzoek meegenomen.
Tabel 6.3 ’Veilige’ conflicten tussen verkeerssoorten naar snelheid
| ‘Veilige’ snelheid gemotoriseerd verkeer | … conflicteert (op wegvak, op oversteekpunt of op kruispunt) met … | … waarbij geldt dat… |
| 30 km/h | voetgangers (dwars) | - |
| (brom)fietsers (dwars) | - | |
| (brom)fietsers (langs) | (brom)fietsers op rijbaan | |
| gemotoriseerd verkeer (dwars) | - | |
| gemotoriseerd verkeer (frontaal) | - | |
| 50 km/h | (brom)fietsers (langs) | fietsers fysiek gescheiden, bromfietsers op rijbaan |
| gemotoriseerd verkeer (dwars) | voorrang geregeld | |
| gemotoriseerd verkeer (frontaal) | met ten minste gemarkeerde rijrichtingscheiding aanwezig | |
| 70 km/h | gemotoriseerd verkeer (langs) | - |
| gemotoriseerd verkeer (frontaal) | fysieke rijrichtingscheiding aanwezig | |
| Opmerking. Gebaseerd op (). | ||
Naast veilig, moet de snelheidslimiet ook geloofwaardig zijn. Dit wil zeggen dat de limiet aansluit bij de verwachtingen die het wegbeeld (weginrichting plus omgeving) oproept. Weggebruikers houden zich per definitie beter aan geloofwaardige limieten, ook zonder aanvullende maatregelen, dan aan minder geloofwaardige limieten. Stel de geloofwaardigheid van een snelheidslimiet vast aan de hand van kenmerken van de weg en de omgeving: In tabel 6.4 staan per snelheidslimiet of gereden snelheid, de veiligheidskenmerken en geloofwaardigheidskenmerken (). Als een snelheidslimiet en een wegbeeld niet met elkaar in overeenstemming zijn, dan is de snelheidslimiet niet geloofwaardig en moet de limiet of het wegbeeld worden aangepast. Bij overgangen van de limiet moet daarom het wegbeeld altijd wijzigen.
- rechtstanden (bochtigheid en aantal kruisingen, fysieke snelheidsremmers);
- openheid van de wegomgeving (dichtheid bebouwing en begroeiing);
- mate van stedelijkheid (aanwezigheid bebouwing en functies zoals woningen, winkels);
- wegbreedte (effenheid, verhardingsbreedte, obstakelvrije zone, vrije baanbreedte);
- type wegdek (wegverharding);
- wegindeling (aantal rijbanen, aantal rijstroken, markering, type rijbaanscheiding);
- aanwezigheid voorzieningen voor voetgangers, fietsers en/of parkeren;
- type kruispunt;
- stopzichtafstand.
Tabel 6.4 Veiligheids- en geloofwaardigheidskenmerken per snelheid
| Snelheidslimiet of snelheid | Veiligheidskenmerken | Geloofwaardigheidskenmerken |
| 30 km/h |
|
|
| 60 km/h |
|
|
| 80 km/h |
|
|
| 100 km/h en 120-130 km/h |
|
|