Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Kader verkeersborden autosnelwegen
Deze tekst is gepubliceerd op 02-02-23

Beweegbare bruggen met wegsignaleringssysteem (MTM)

Bij een beweegbare brug in een autosnelweg met wegsignaleringssysteem (MTM) dient met een brugopening de signalering te worden aangeschakeld. Dit proces is opgenomen in het Kader Veilig onderbreken landverkeer bij brugopeningen [Lit. 26].
Door de aanwezige wegsignalering, veelal over vele kilometers, schrijft het Kader VOLB voor dat de voorwaarschuwing middels argumentatiebord J15 – Beweegbare brug, op drie portalen voor de brug dient te worden gerealiseerd.
Voor beweegbare bruggen zijn de eerste drie portalen op 300-600-900 meter voor de stopstreep verplicht. De positionering van de portalen kan echter beïnvloed worden door de omstandigheden of andere functionaliteiten. Te denken valt aan discontinuïteiten (in- en uitvoegstroken) of positie van de bewegwijzering en moet bij een significante afwijking een afwijkverzoek op de Landelijke Brug- en Sluisstandaard (LBS) worden ingediend. De locatie van de verkeersborden is daarmee volgend op de plaatsbepaling van de portalen. Wel dient op minimaal 900 meter vóór de stopstreep een waarschuwingsbord J15 geplaatst te worden.
Figuur 14 uit bijlage 1 geeft de te plaatsen bebording weer. Achtereenvolgens worden de volgende borden geplaatst.
  • Ter hoogte van de stopstreep en boven de rijstroken worden aan beide zijden van de rijbaan bruglichten geplaatst. De Regeling Verkeerlichten geeft in artikel 87 aan: ‘In plaats van bruglichten mogen tweekleurige verkeerslichten worden toegepast’, maar op auto(snel)wegen passen we deze uitvoeringsvorm niet toe. Tussen twee bedieningen van de brug zijn de lichten gedoofd.
  • Informatiebord “gemarkeerde weggedeelte vrijhouden” is uitsluitend noodzakelijk omdat het aan de weggebruiker duidelijk maakt dat men dit gebied vrij moet laten vanwege de slagboom die kan dalen en anders schade aan voertuig en installatie ontstaat.
  • Informatiebord “slagbomen dalen automatisch” is noodzakelijk omdat onderbreken ervan niet mogelijk is na inwerkingstelling van het dalen ervan door de verkeerscentrale.
  • Stroomopwaarts of nabij de slagbomen wordt naambord van de brug geplaatst. De locatie is afhankelijk van ruimte in het dwarsprofiel.
  • Op drie portalen voor de stopstreep wordt tussen de signaalgevers het bord J15 in een achtergrondschild geplaatst die uitsluitend wordt ingeschakeld indien een brugopening aan de orde is. J15 wordt telkens tussen twee signaalgevers aangebracht; bij meer dan twee rijstroken wordt het aantal navenant uitgebreid. Bij plusstrook (= spitsstrook links) ook een J15 aanbrengen R1 Spitsstrook en R2. Als boven plusstrook geen signaalgever aanwezig is, dan links van linker signaalgever boven R2 een signaalgever J15 aanbrengen.
Optioneel kan RVV-bord J31 of een windzak worden geplaatst. Dit is locatiespecifiek en ter beoordeling van het district. Zie ook het gestelde bij bord J31 in paragraaf 4.5, tabel 2.