Beweegbare bruggen zonder wegsignaleringssysteem (MTM)
Bij een beweegbare brug in een autosnelweg zonder wegsignaleringssysteem (MTM) dient de weggebruiker gewaarschuwd te worden dat een opening van een brug aanstaande is. Hierbij wordt aangesloten bij de studie die SWOV heeft gedaan naar het veilig stoppen van wegverkeer [Lit. 34](zie figuur 7). Uit dit onderzoek wordt opgemaakt dat de weggebruiker de boodschap dat men moet stoppen, moet kunnen verwerken en daar (rij)tijd voor nodig heeft. Daarom wordt op 900, 600 en 300 meter vóór de stopstreep een waarschuwing gegeven dat men een beweegbare brug nadert. Daarnaast wordt hiermee gewaarschuwd voor de kans op file. Indien de kans bestaat dat een wachtrij voor een brug langer wordt dan 900m dient op grotere afstand autonoom te worden gewaarschuwd voor file. Bijvoorbeeld op 1200 en 1500 meter vóór de stopstreep kan een waarschuwingssignaal voorkomen dat men achterop een file inrijdt.
De conclusies uit dit onderzoek vormen de basis voor deze afstanden in het Kader Veilig onderbreken landverkeer bij brugopeningen [Lit. 26].
[ link ]
Figuur 7. Veilig stoppen van wegverkeer
Figuur 13 uit bijlage 1 geeft de te plaatsen signalering en bebording weer. Achtereenvolgens worden de volgende borden geplaatst:
- Ter hoogte van de stopstreep en boven de rijstroken worden aan beide zijden van de rijbaan bruglichten geplaatst. De Regeling Verkeerlichten geeft in artikel 87 aan: ‘In plaats van bruglichten mogen tweekleurige verkeerslichten worden toegepast’ maar op auto(snel)wegen passen we deze uitvoeringsvorm niet toe. Tussen twee bedieningen van de brug zijn de lichten gedoofd.
- Informatiebord “gemarkeerde weggedeelte vrijhouden” is uitsluitend noodzakelijk omdat het aan de weggebruiker duidelijk maakt dat men dit gebied vrij moet laten vanwege de slagboom die kan dalen en anders schade aan voertuig en installatie ontstaat.
- Informatiebord “slagbomen dalen automatisch” is noodzakelijk omdat het activeren voor de voorwaarschuwing, bruglichten en afsluitbomen in de aanrijrichting automatisch verloopt en er dus geen sprake is van een bedienhandeling door de brugoperator.
- Stroomopwaarts of nabij de slagbomen wordt het naambord van de brug geplaatst. De locatie is afhankelijk van ruimte in het dwarsprofiel.
- Op 300, 600 en 900 meter voor de stopstreep wordt de volgende combinatie geplaatst:
- J15 Beweegbare brug met op een onderbord de afstandsmaat; - Twee boven elkaar geplaatste gele lampen die alternerend knipperen; - Achtergrondschild. - Op 1200 en 1500 meter voor de stopstreep wordt Lokale Filebeveiliging (LBF/filewaarschuwing) geplaatst met daarin een RVV-bord J33 (file) die in een ‘verschijndisplay’/’argumentatiebord oplicht bij inschakelen van de LBF. De genoemde afstanden zijn niet standaard, maar afhankelijk van de te verwachten file-lengte. Daadwerkelijke noodzaak van de plaatsing van een lokale filewaarschuwing is afhankelijk van intensiteiten, tijdsduur brugopening en daardoor te verwachten lengte van de file die zal ontstaan. In situaties dat het reëel is dat een wachtrij voor een brug langer wordt dan het laatste voorwaarschuwingssein op 900m, dient aanvullend (dynamisch én autonoom functionerende) filewaarschuwing (LFB/FMS) te worden toegepast dat ook functioneert bij ‘normale’ filevorming zonder dat sprake is van brugdraaiing.
Optioneel kan RVV-bord J31 of een windzak worden geplaatst. Dit is locatiespecifiek en ter beoordeling van het district. Zie ook het gestelde bij bord J31 in paragraaf 4.5, tabel 2.