Oudere voetganger
Onveilig oversteekgedrag op complexe kruispunten
Op complexe kruispunten kan het oversteekgedrag van oudere voetgangers onveiliger zijn dan dat van jongere voetgangers. Factoren die een rol spelen zijn:
Op complexe kruispunten kan het oversteekgedrag van oudere voetgangers onveiliger zijn dan dat van jongere voetgangers. Factoren die een rol spelen zijn:
- de lagere loopsnelheid van oudere voetgangers;
- hun langere opstarttijd;
- het minder goed kunnen onderscheiden van naderende voertuigen in de wirwar van de verkeersomgeving;
- het minder goed kunnen inschatten van de snelheid van naderende voertuigen;
- het minder snel opmerken van voertuigen die van opzij komen door een beperkter perifeer gezichtsveld en verminderde flexibiliteit van de nek;
- het feit dat ouderen hun botspartner minder snel kunnen ontwijken door een tragere reactietijd en motorische functiestoornissen.
Vereenvoudiging van kruispunten vergroot de veiligheid van oudere voetgangers. Kruispunten worden minder complex door:
- de oversteekafstand door een middenberm of door uitstulpingen van het trottoir te verkleinen;
- (meer) oversteekplaatsen van verkeerslichten te voorzien;
- bij de afstelling van verkeerslichten rekening te houden met de lagere loopsnelheid van oudere voetgangers;
- in gebieden waar veel voetgangersverkeer is de snelheid van het overig verkeer naar beneden te brengen of het gemotoriseerd verkeer in het geheel te weren [47, 53].
Beperkte auditieve waarneming
Oudere mensen hebben te maken met een afname van het gehoor. Dit bestaat uit het afnemen van het horen van geluiden met hoge frequenties (hoge tonen) en moeite krijgen met het lokaliseren van de bron van geluiden en het negeren van ‘ruis’ (ongewenst geluid). Vanwege hun verminderd gehoor kunnen ouderen waarschuwingsgeluiden met een hoge frequentie niet waarnemen [4, 14].
Oudere mensen hebben te maken met een afname van het gehoor. Dit bestaat uit het afnemen van het horen van geluiden met hoge frequenties (hoge tonen) en moeite krijgen met het lokaliseren van de bron van geluiden en het negeren van ‘ruis’ (ongewenst geluid). Vanwege hun verminderd gehoor kunnen ouderen waarschuwingsgeluiden met een hoge frequentie niet waarnemen [4, 14].
Achteruitgang motorische functies
Met het ouder worden treden functiestoornissen en aandoeningen op die gevolgen hebben voor het gedrag, zoals vermindering van het gezichts en reactievermogen, problemen bij het verdelen van de aandacht en dementie.
Met het ouder worden treden functiestoornissen en aandoeningen op die gevolgen hebben voor het gedrag, zoals vermindering van het gezichts en reactievermogen, problemen bij het verdelen van de aandacht en dementie.
Ten aanzien van verkeer is vooral de achteruitgang van de motorische functies van belang. In grote lijnen bestaat deze motorische achteruitgang uit een vertraging van de beweging, een afname van de spiersterkte, een vermindering van de fijne coördinatie en een bijzonder sterke afname van het vermogen om zich aan te passen aan plotselinge veranderingen in de houding. Voor voetgangers is vooral dit laatste een probleem. Plotselinge veranderingen in houding kunnen onder andere worden veroorzaakt door ongelijke vloeroppervlakken [47].
Beperkt uithoudingsvermogen
Mensen met een beperkt uithoudingsvermogen zijn eerder moe en kunnen minder grote afstanden achterelkaar afleggen dan mensen met een goed uithoudingsvermogen. Zij moeten daardoor eerder rust nemen. Vooral ouderen hebben te maken met een verminderd uithoudingsvermogen. Met minder uithoudingsvermogen en minder spierkracht is het soms moeilijker om de balans te houden. Hierdoor hebben ouderen meer kans op een valongeval dan andere leeftijdsgroepen [11].
Mensen met een beperkt uithoudingsvermogen zijn eerder moe en kunnen minder grote afstanden achterelkaar afleggen dan mensen met een goed uithoudingsvermogen. Zij moeten daardoor eerder rust nemen. Vooral ouderen hebben te maken met een verminderd uithoudingsvermogen. Met minder uithoudingsvermogen en minder spierkracht is het soms moeilijker om de balans te houden. Hierdoor hebben ouderen meer kans op een valongeval dan andere leeftijdsgroepen [11].