Evaluatie van een netwerk
Bij de evaluatie van een netwerk kunnen de volgende vijf stappen worden onderscheiden.
De eerste stap betreft het aangeven van de aanleiding en het doel van de keuring. In de tweede stap wordt de methode van keuring bepaald. De derde stap betreft de uitvoering.
In de vierde stap worden de resultaten verwerkt. Ten slotte wordt in de vijfde stap de kwaliteit van de voorzieningen (of verbindingen) in een waardering uitgedrukt en worden aan de diverse criteria gewichten toegekend; daarmee wordt een eindoordeel over de onderzochte voorzieningen of verbindingen verkregen.
In de vierde stap worden de resultaten verwerkt. Ten slotte wordt in de vijfde stap de kwaliteit van de voorzieningen (of verbindingen) in een waardering uitgedrukt en worden aan de diverse criteria gewichten toegekend; daarmee wordt een eindoordeel over de onderzochte voorzieningen of verbindingen verkregen.
Er zijn verschillende methoden van keuring. Vooral specifieke aspecten kunnen vaak op verschillende manieren worden beoordeeld. In deze subparagraaf wordt ingegaan op de methode Fietsbalans. Dit instrument van de Fietsersbond is in het verleden veel gebruikt en heeft als voordeel dat het fietsgebruik wordt beschouwd over de volle breedte.
Grenswaarden
Meetresultaten krijgen pas zeggingskracht als ze worden afgezet tegen een norm- of grenswaarde. Soms zijn duidelijke normen voorhanden, maar vaak niet. Deze Ontwerpwijzer biedt enig houvast bij het vaststellen van normen, maar uiteindelijk zal de wegbeheerder zelf beleid moeten ontwikkelen om normen te bepalen. Eventueel kan een benchmark uitkomst bieden. De Fietsbalans van de Fietsersbond maakt het mogelijk om de eigen situatie te vergelijken met een aantal normwaarden. Deze waarden vormen een goede referentie voor een fietsvriendelijke infrastructuur [50].
Evaluatiemethode in stappen
De Fietsbalans is ontwikkeld als benchmarkinstrument en brengt in beeld hoe verschillende elementen die van invloed zijn op het fietsklimaat, kunnen worden onderzocht en beoordeeld. Conform de systematiek van de Fietsbalans kunnen de volgende evaluatiestappen worden onderscheiden [50]:
- Maak een overzicht van alle voor het fietsverkeer relevante beleidsdocumenten en analyseer in hoeverre hierin aandacht wordt besteed aan de fiets.
- Meet met een publieksenquête de tevredenheid van de fietsers.
- Bepaal, bijvoorbeeld aan de hand van een analyse van CBS-cijfers, een beeld van fietsgebruik en veiligheid.
- Registreer door middel van een praktijkmeting op straat objectief wat de (dagelijkse) fietser meemaakt.
Tabel 8-1. Beoordelingscriteria van de evaluatiemethode
| Aspect | Omschrijving |
| Directheid | Directheid is een indicator voor de tijd die een fietser nodig heeft om zijn bestemming te bereiken. Een fietsvriendelijk netwerk kent veel korte en snelle fietsroutes. Voor de beoordeling op directheid worden de volgende deelaspecten gemeten:
|
| Comfort (hinder) | Voor het aspect comfort (hinder) worden zes deelaspecten gemeten die in meer of mindere mate het fietsplezier kunnen aantasten. De stopfrequentie en verkeershinder wegen daarbij het zwaarst:
|
| Comfort (wegdek) | Om het comfort (vlakheid) van het wegdek vast te stellen, worden met trillingsmeters de verticale versnellingen gemeten waaraan een fiets wordt blootgesteld. |
| Aantrekkelijkheid | Een fietser staat in direct contact met zijn omgeving. Hij waardeert daarom een aantrekkelijke omgeving. Aantrekkelijkheid is echter een subjectief begrip en moeilijk meetbaar. Voor de Fietsbalans is geluidhinder als indicator voor de aantrekkelijkheid gekozen. Geluidhinder is relatief eenvoudig meetbaar. Bovendien vinden weinig fietsers een lawaaiige omgeving aantrekkelijk. |
| De indicatoren die hierna worden behandeld, zijn van een andere orde dan de voorgaande. Waar directheid, comfort en aantrekkelijkheid betrekking hebben op de feitelijke situatie op straat, geven de navolgende indicatoren meer een beeld van de kansen voor de fiets en de beleidsmatige aandacht. | |
| Concurrentiepositie fiets-auto | Dit aspect geeft een beeld van de voordelen van de fiets ten opzichte van de auto in een gemeente. Om een beoordeling op concurrentiepositie te kunnen geven, worden op de te onderzoeken routes alle verplaatsingen zowel met de fiets als met de auto gemaakt. De concurrentiepositie wordt vervolgens vastgesteld op basis van de volgende deelaspecten:
|
| Fietsgebruik | Het percentage mensen dat de fiets kiest (in plaats van een ander vervoermiddel) is een belangrijke maat voor de kwaliteit van het fietsklimaat. Het is een indicatie voor zowel de mate waarin een gemeente erin slaagt belemmeringen voor fietsgebruik weg te nemen, als de mate waarin een gemeente erin slaagt fietsgebruik te stimuleren. Als eenheid voor het fietsgebruik hanteert de Fietsbalans het aandeel van de fiets op alle verplaatsingen tot 7,5 kilometer. Bij gemeenten vanaf 20.000 inwoners bedraagt dit circa 34 procent (gegevens circa 2000). |
| Verkeersveiligheid | Verkeersveiligheid is een belangrijke basisvoorwaarde voor een goed fietsklimaat. Als indicatie voor de verkeersveiligheid wordt de kans berekend dat een fietser betrokken raakt bij een ernstig ongeval als deze 100 miljoen kilometer zou fietsen. Het risicocijfer wordt gecorrigeerd voor een hoog of laag fietsgebruik. Daarnaast bevat het een correctie voor een onevenredig aandeel ouderen. Overigens betreft het hier de objectieve veiligheid; die komt niet altijd overeen met de beleving van de veiligheid door de fietser. |
| Stedelijke dichtheid | Fietsers zijn erbij gebaat als zij kunnen kiezen uit veel bestemmingen op fietsafstand. Daarom neemt de Fietsbalans ook de stedelijke dichtheid mee in de beoordeling. Als basis dient de omgevingsadressendichtheid, een grootheid van het CBS die onder meer wordt gebruikt als graadmeter voor de stedelijkheid. Deze omgevingsadressendichtheid is vervolgens gecorrigeerd voor het aantal inwoners in een gemeente. Een goede score betekent dat de gemeente ten opzichte van andere gemeenten van dezelfde omvang een hoge dichtheid kent en daarmee in de basis een fietsvriendelijke structuur. |
| Tevredenheid fietsers | Het oordeel van de fietsers zelf mag natuurlijk niet ontbreken in een onderzoek naar het fietsklimaat in een gemeente. In een enquête kunnen fietsers hun eigen gemeente een rapportcijfer geven. Ook kunnen zij hun mening geven over:
|
| Beleid op papier | Wat de fietser op straat aantreft, is voor een belangrijk deel het resultaat van in het verleden gevoerd verkeersbeleid. Het fietsbeleid van vandaag zegt iets over het fietsklimaat van de toekomst. Het aspect beleid op papier brengt in kaart hoe goed het fietsbeleid is verankerd in de beleidsplannen, de budgetten en de gemeentelijke organisatie. Hiervoor is gebruikgemaakt van een enquête die door de gemeente is ingevuld. Het is bijzonder lastig om beleid inhoudelijk te beoordelen op basis van een enquête. De beoordeling op dit aspect beperkt zich daarom tot een inventarisatie van de mate waarin onderwerpen, doelstellingen en aspecten deel uitmaken van het beleid. De volgende punten worden bekeken:
|
[ link ]
Figuur 8-1. De Fietsbalansscore van Leiden vergeleken met die van Breda