Sociale veiligheid
Sociale veiligheid vraagt extra aandacht op routes naar bestemmingen die ’s avonds veel worden bezocht. Denk bijvoorbeeld aan een uitgaanscentrum, sporthal, stads- of wijkcentrum of buurthuis. De sociale veiligheid – afhankelijk van de context ook wel aangeduid als de sociale onveiligheid – wordt bepaald door de mate waarin mensen zich vrij in een omgeving kunnen bewegen, zonder dreiging van of confrontatie met geweld. Het onderwerp speelt vaak een rol bij fietsverbindingen in een groene, rustige of wat achteraf gelegen omgeving. En bij bruggen, viaducten en tunnels.
Uitgangspunten voor nieuwe routes
Sociale veiligheid hangt onmiskenbaar samen met de inrichting van de ruimte. Op plekken en verbindingen waar zich veel mensen bevinden, en dus veel toezicht is, voelt men zich veiliger. Passanten kunnen dan ingrijpen als het nodig is. Nog belangrijker is dat potentiële daders zich laten afschrikken door de aanwezigheid van mensen. Op plaatsen met weinig of zonder publiek is de aanwezigheid van vluchtwegen een belangrijk criterium.
Daarnaast speelt de inrichting van de ruimte mee. Gebleken is dat het daadwerkelijk ingrijpen van mensen afhangt van de mate waarin zij zich verantwoordelijk voelen voor de situatie. In een goed verzorgde woonomgeving die kleinschalig van opzet is, blijkt men eerder tot actie bereid dan in bijvoorbeeld een verwaarloosde ruimte te midden van grootschalige flatgebouwen. Ook geldt dat hoe beter het (potentiële) slachtoffer kan worden gezien door omstanders, des te groter de kans is dat deze daadwerkelijk zullen ingrijpen.
Fietsroutes kunnen vanwege het bovenstaande het best zo veel mogelijk worden getraceerd door gebieden waar, bij voorkeur ook ’s avonds, sociale activiteiten plaatsvinden. Dit is in principe op twee manieren te bewerkstelligen: door fietsroutes langs ‘publiekstrekkers’ te voeren en door ‘publiekstrekkers’ naar fietsroutes te brengen. Denk bij het woord ‘publiekstrekkers’ in dit verband niet zozeer aan grootschalige gebouwen, maar aan kleinschalige voorzieningen. Voorbeelden zijn een brievenbus, een wachthuisje of bushaltehokje, en lichtgevende reclame- of informatieborden. De aanwezigheid van dergelijke voorzieningen kan van groot nut zijn. Ook zal een fietsroute door een buitenwijk die langs de voordeuren van woningen loopt, sociaal aangenamer zijn dan eentje die langs de achterkanten van tuinen met schuttingen loopt.
Verder draagt overzichtelijkheid ertoe bij dat mogelijk gevaar bijtijds wordt ontdekt. Overzichtelijkheid houdt onder meer in dat de structuur van de situatie helder is en dat zich langs de verbinding geen objecten bevinden waarachter potentiële daders zich kunnen verschuilen (dichte struiken bijvoorbeeld). Ook het ontbreken van verborgen en verloren hoekjes is van belang.
Overigens hoeven niet alle fietsroutes aan deze criteria te voldoen. Wel moet er voor een minder sociaal veilige route altijd op redelijke afstand een beter alternatief voorhanden zijn.
Ook als aan alle voorwaarden is voldaan, valt sociale veiligheid helaas niet te garanderen. Zelfs de drukste fietsroute in de stad kan ’s nachts op enig moment verlaten en eenzaam zijn. En iemand met kwade bedoelingen vindt altijd wel ergens een plaats om deze ten uitvoer te brengen.
Voor de ontwerper is wat betreft sociale veiligheid de grootste winst te behalen op het niveau van de netwerkvorming. Door ervoor te zorgen dat er voldoende verbindingen voor fietsers zijn die geen verlaten en overduidelijk sociaal onveilige plaatsen aandoen, wordt voldaan aan de belangrijkste eis: zorgen voor toezicht en sociale controle.
Bestaande sociaal onveilige routes
Als het tracé van een route vastligt en de ruimtelijke context op planologisch niveau niet meer te beïnvloeden is, zijn de mogelijkheden voor de ontwerper van een andere orde. Maatregelen om de onveiligheid weg te nemen of te verminderen, moeten dan gericht zijn op:
Als er mogelijkheden zijn om het toezicht op een fietsverbinding te verbeteren, is dat de belangrijkste stap om te zetten. Hoe meer mensen in de buurt, des te minder sociale onveiligheid. Het verwijderen van dichte beplanting direct langs een fietspad en het aanbrengen van verlichting voor fietsers kunnen het uitzicht verbeteren en daarmee een gunstig effect hebben op de sociale veiligheid. Omgekeerd kan zo’n maatregel er ook voor zorgen dat het uitzicht óp fietsers wordt verbeterd.
- het optimaliseren van het informele toezicht op en het uitzicht van de fietsers;
- het ontmoedigen van gelegenheidsmisdrijven;
- het faciliteren van (informele) vluchtroutes;
- het aanbieden van een alternatieve route, indien een aanvaardbaar niveau van sociale veiligheid (bij donker) niet haalbaar is;
- het schoonhouden van de omgeving (geen zwerfvuil, graffiti en achterstallig onderhoud).
Als er mogelijkheden zijn om het toezicht op een fietsverbinding te verbeteren, is dat de belangrijkste stap om te zetten. Hoe meer mensen in de buurt, des te minder sociale onveiligheid. Het verwijderen van dichte beplanting direct langs een fietspad en het aanbrengen van verlichting voor fietsers kunnen het uitzicht verbeteren en daarmee een gunstig effect hebben op de sociale veiligheid. Omgekeerd kan zo’n maatregel er ook voor zorgen dat het uitzicht óp fietsers wordt verbeterd.
ad b. Ontmoedigen van gelegenheidsmisdrijven
Personen met kwade bedoelingen kunnen door een bepaalde situatie worden uitgelokt die bedoelingen daadwerkelijk ten uitvoer te brengen. Ook in dit verband speelt de directe omgeving van een fietspad een belangrijke rol. Als zich op korte afstand van de fietsverbinding geen dichte begroeiing of hoge objecten bevinden, kunnen mensen zich daarin ook niet verbergen. In een goed verlichte omgeving, met toezicht vanuit woningen of vanaf de weg, zijn mensen minder snel geneigd zich te misdragen dan in een slecht verlichte omgeving met weinig toezicht.
Personen met kwade bedoelingen kunnen door een bepaalde situatie worden uitgelokt die bedoelingen daadwerkelijk ten uitvoer te brengen. Ook in dit verband speelt de directe omgeving van een fietspad een belangrijke rol. Als zich op korte afstand van de fietsverbinding geen dichte begroeiing of hoge objecten bevinden, kunnen mensen zich daarin ook niet verbergen. In een goed verlichte omgeving, met toezicht vanuit woningen of vanaf de weg, zijn mensen minder snel geneigd zich te misdragen dan in een slecht verlichte omgeving met weinig toezicht.
ad c. Faciliteren van vluchtroutes
De wetenschap dat er mogelijkheden zijn om te vluchten vergroot het gevoel van sociale veiligheid. Het gaat hierbij niet om (aangeduide) vluchtwegen, maar om mogelijkheden om ‘er vandoor te gaan’. Fietsroutes tussen hekwerken (bijvoorbeeld langs spoorwegen), tussen vangrails of sloten scoren slecht op dit criterium. Dat geldt ook voor trajecten over bruggen en door tunnels. Juist op dergelijke plaatsen is het daarom van belang de eerder genoemde maatregelen toe te passen.
De wetenschap dat er mogelijkheden zijn om te vluchten vergroot het gevoel van sociale veiligheid. Het gaat hierbij niet om (aangeduide) vluchtwegen, maar om mogelijkheden om ‘er vandoor te gaan’. Fietsroutes tussen hekwerken (bijvoorbeeld langs spoorwegen), tussen vangrails of sloten scoren slecht op dit criterium. Dat geldt ook voor trajecten over bruggen en door tunnels. Juist op dergelijke plaatsen is het daarom van belang de eerder genoemde maatregelen toe te passen.
ad d. Aanbieden van een alternatieve route
Bij sommige routes is het onmogelijk of ongewenst om de sociale onveiligheid zo veel mogelijk weg te nemen. Dit kan bijvoorbeeld gelden voor een rustige route door het groen, die overdag mooi en aangenaam is. In dat geval dient de wegbeheerder een alternatieve route aan te bieden die wel sociaal veilig is. In afstand zal de laatstgenoemde route vermoedelijk langer zijn dan de sociaal onveilige route, maar de fietser kan dan afhankelijk van de omstandigheden een keuze maken.
Bij sommige routes is het onmogelijk of ongewenst om de sociale onveiligheid zo veel mogelijk weg te nemen. Dit kan bijvoorbeeld gelden voor een rustige route door het groen, die overdag mooi en aangenaam is. In dat geval dient de wegbeheerder een alternatieve route aan te bieden die wel sociaal veilig is. In afstand zal de laatstgenoemde route vermoedelijk langer zijn dan de sociaal onveilige route, maar de fietser kan dan afhankelijk van de omstandigheden een keuze maken.
e. Schoonhouden van de omgeving
Ook de ‘kwaliteit van de omgeving’ speelt een rol. Een goede vormgeving en een goed onderhouden situatie verkleinen de kans op vandalisme en nodigen minder snel uit tot wangedrag dan een slecht onderhouden omgeving.
Ook de ‘kwaliteit van de omgeving’ speelt een rol. Een goede vormgeving en een goed onderhouden situatie verkleinen de kans op vandalisme en nodigen minder snel uit tot wangedrag dan een slecht onderhouden omgeving.
Niet elke route hoeft sociaal veilig te zijn
Routes die ’s nachts als sociaal onveilig gelden, kunnen overdag en tijdens drukke avonduren aangenaam, comfortabel, nuttig en minder sociaal onveilig zijn. Zo hebben vrij getraceerde fietsroutes door parken en bossen ook grote voordelen: ze zijn verkeersluw, daardoor emissiearm en gezond.
Routes die ’s nachts als sociaal onveilig gelden, kunnen overdag en tijdens drukke avonduren aangenaam, comfortabel, nuttig en minder sociaal onveilig zijn. Zo hebben vrij getraceerde fietsroutes door parken en bossen ook grote voordelen: ze zijn verkeersluw, daardoor emissiearm en gezond.
Sociale veiligheid versus andere belangen
Maatregelen ter bevordering van de sociale veiligheid kunnen strijdig zijn met andere belangen. Enkele voorbeelden:
Maatregelen ter bevordering van de sociale veiligheid kunnen strijdig zijn met andere belangen. Enkele voorbeelden:
- Als struiken worden verwijderd ten behoeve van een beter uitzicht, kan dit afbreuk doen aan de landschappelijke waarde van de omgeving.
- Als een fietsverbinding vanwege de sociale onveiligheid niet door een park wordt aangelegd maar langs een drukke weg parallel aan het park, kan dat leiden tot omrijden en minder comfort.
- Als een fietsroute een drukke weg kruist via een onderdoorgang of tunneltje, is dat minder sociaal veilig, maar wel verkeersveiliger en veel directer dan wanneer die weg gelijkvloers wordt gekruist.
- Als een fietspad in een kwetsbaar natuurgebied wordt verlicht, leidt dat tot ‘lichtvervuiling’.