Stap 1. Teken het bestaande voetgangersnetwerk
Het hoofdnetwerk, het basisnetwerk en het groene, ontspannen netwerk moeten duidelijk zijn aangegeven op de kaart. Begin daarvoor met het tekenen van het complete netwerk van alle bestaande looproutes. Het is belangrijk om goed te kijken welke (onderdelen van) looproutes er allemaal zijn. Het gaat dan om alle straten, paden, doorsteekjes, bruggen, tunnels en onderdoorgangen waar mensen kunnen en mogen lopen en (kunnen) oversteken. Soms zijn er onderdelen van looproutes die niet op openbaar terrein liggen, maar wel publiek toegankelijk zijn, zoals perrontunnels en winkelpassages. Sommige routesegmenten zijn maar een deel van de dag beschikbaar (veren) of zijn ’s avonds afgesloten. Voeg ook trappen, hellingbanen en eventueel liften toe. Op plekken waar aparte looproutes ontbreken, is het goed om na te gaan welke alternatieven er zijn. Als het fietspad of de rijbaan geschikt is om op te lopen, dan kan ook dit routesegment deel uitmaken van een looproute. Het is handig om de verschillende typen routeonderdelen te onderscheiden in de legenda.
Voor het in kaart brengen van het bestaande voetgangersnetwerk kunnen een aantal bronnen worden gebruikt. Het liefst wordt zoveel als mogelijk gebruik gemaakt van beschikbare GIS-bestanden. Voorbeeld is de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). Maar bij veel gemeenten ontbreekt de voetgangersinfrastructuur in de BGT. Er is dan wel een kaartlaag met voetgangersruimte, maar dit zijn vaak restruimtes tussen een erfgrens en het fietspad of de parkeerstrook. Deze ruimtes vormen samen geen netwerk, omdat oversteekplaatsen er geen deel van uitmaken. Aanvullend zal het nodig zijn veldwerk te doen en kan eventueel gebruik worden gemaakt van Google Maps en Streetview (maar die zijn deels verouderd).