Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Plattelandswegen – mooi en veilig
Deze tekst is gepubliceerd op 20-03-19

23 Afwijkende wegverharding

Afwijkende wegverharding

Verschillende typen/kleuren wegverharding toepassen

Basisinformatie

Functie

De wegverharding is een onderdeel van de weg dat fysiek (onder andere ongelijkheden, bandengeluid) en visueel (lichtweerkaatsing) wordt ervaren. De verharding kan uit meerdere lagen bestaan. De verharding kan bestaan uit asfaltverharding, betonverharding, elementverharding of een halfverharding. Hierbij kan onderscheid gemaakt worden in kleur. Door met verschillende soorten/kleuren verharding te combineren kan de weg een andere uitstraling krijgen.

Slim toepassen van verschillende soorten/kleuren wegverharding kan een verkeerstechnische uitstraling verminderen, het wegprofiel visueel versmallen of de attentie plaatselijk verhogen.

Uitvoering

  • Verschillende kleuren en/of verschillende verhardingstypen (asfalt, beton, elementen en/of polymerenverharding).
  • Zowel in breedte als in langsprofiel van de weg.
  • Indien toegepast binnen het breedteprofiel van de weg: de maatvoering in de breedte is afhankelijk van het beschikbare wegprofiel.
  • Indien toegepast in het langsprofiel: het heeft de voorkeur onderbrekingen in de wegdekverharding in kleur en/of soort samen te laten vallen met aanwezige landschappelijke elementen zoals bijvoorbeeld duikers, bruggen, inritten, markante gebouwen, et cetera.
  • Het toepassen van een flexibel asfaltmengsel heeft voordelen. Bij ongelijkmatige zettingen van de ondergrond kan flexibel asfaltmengsel vervormingen beter volgen. Hierdoor ontstaan minder snel scheuren. Door ongelijkmatige zettingen ontstaat een beter snelheidsbesef bij de weggebruiker. De weg krijgt meer het karakter van een landweg.
  • Door een licht grindkleurig wegdek toe te passen wordt:
    • de zichtbaarheid van langzaam verkeer groter;
    • de zichtbaarheid van het wegdek groter, waardoor de wens voor kantlijnen wegvalt;
    • de uitstraling van de weg minder verkeerskundig.

Alternatieven

  • Glooiingen in lengteprofiel: door de weg op een natuurlijke wijze te laten glooien, kan eenzelfde snelheidsremmend effect worden bereikt.
  • Wildroosters dwars over de weg.

Positieve effecten

  • Attentie verhogend bij afwisseling in het lengteprofiel.
  • Reduceren snelheid door opdeling wegprofiel en/of bij afwisseling in het lengteprofiel.
  • Herkenbaar maken wegcategorie.
  • Herkenbaar maken potentiële aanwezigheid langzaam verkeer.
  • Herkenbaar maken locaties zijwegen, erfaansluitingen, verblijfsruimte bij gebouwen en objecten.

Negatieve effecten

  • Bij overgangen tussen verschillende soorten verharding kan het wegdek meer geluid uitstoten.
  • Bij overgangen tussen verschillende soorten verharding ontstaan eerder scheuren. Bij asfalt kan dit voorkomen worden door het asfalt ‘warm-in-warm’ te verwerken. Ook een flexibel asfaltmengsel kan dit voorkomen.

Toepassing

Deze maatregel biedt een mogelijke oplossing voor onder andere de volgende problematiek op dijk- en plattelandswegen (zie factsheet De problematiek van smalle dijk- en plattelandswegen [FS02], Inspiratieblad ‘Wegprofiel wegen over dijken’ [FS10], en Inspiratieblad ‘Wegprofiel wegen door het platteland’ [FS11] en Benaderingswijze – Probleemgericht [FS19]):

  • Verkeersonveiligheid, veroorzaakt door onveilig gedrag van weggebruikers en grote snelheidsverschillen en verschillen in massa tussen weggebruikers.
  • Hinder in het woon- en leefklimaat, veroorzaakt door het verhardingstype of bepaalde snelheidsremmers.

Daarnaast is deze maatregel bij uitstek toepasbaar op wegen door bebouwingslinten: woningen en recreatieve functies langs een weg bieden kansen om een verblijfsgebied te creëren en daarbij de verkeersfunctie (tijdelijk) te doorbreken door bijvoorbeeld afwijkende wegverharding toe te passen. Zie Inspiratieblad ‘Wegprofiel wegen door bebouwingslinten’.

Samenhang
Aandachtspunten

  • Beheer
    Bij elk ontwerp dient men zich te realiseren dat de weg en de berm ook beheerd moeten worden. Overleg met de vakdiscipline Beheer en onderhoud is dan ook noodzakelijk. Bij ETW geldt dit extra, omdat het beheer van deze wegen vaak intensief is, onder andere door het ontstaan van berm- en randschade. Ook bomen kunnen beschadigd raken door passeer- of inhaalmanoeuvres.
  • Bermverharding: toepassen van een bermverharding in aansluiting op de aanwezige verharding kan ook bijdragen aan het gewenste effect.
  • Markeringen: toepassen van markeringen in combinatie met afwisseling van wegverharding kan voor onduidelijkheid zorgen.
  • Fietsvoorzieningen: een wegdeel voor fietsverkeer kan ook worden aangegeven door een verschil in verharding; dat hoeft niet per definitie in combinatie met markeringen.
  • Passeren/parkeren: plek om te passeren/parkeren kan ook met een verschil in verharding worden gemarkeerd.
  • Erfovergangen: verschil in verharding kan een erfovergang aangeven.

  • Nieuwe verhardingslaag
    Bij aanleg van een nieuwe verhardingslaag wordt nogal eens vergeten de bermhoogte aan te passen, waardoor er een hoogteverschil ontstaat. Wegbeheerders zouden in een bestek standaard moeten opnemen dat bij aanleg van een nieuwe verharding ook de berm meegenomen moet worden, zodanig dat de berm maximaal 20 millimeter lager ligt dan de verharding.
  • Snelheidsremmend bij afwisseling in het breedteprofiel.
  • Attentieverhogend bij afwisseling in het lengteprofiel.
Voorbeelden

Niet per definitie standaard asfaltgrijs en/of rode fietsstroken

Door het slim toepassen van slijtlagen bij het onderhoud van de ver­harding kan de weg een andere uitstraling krijgen die minder alleen de verkeersfunctie en meer ook de verblijfsfunctie benadrukt.

[ link ]

Figuur 23-1.
– Asfaltdeklaag met blanke bitumen en witte steenslag (reflection white) met in het midden donkere steensoort.
– De lichte asfaltsoort versmalt het wegprofiel niet alleen visueel, het geeft ook duidelijk de plek aan waar fietsverkeer te verwachten is.
– Fietsers steken bovendien goed af tegen de lichte kleur van de ondergrond.
– Een tintverschil blijft wel zichtbaar. Een scheidende lijnmarkering kan dan zelfs achterwege blijven. Daardoor wordt de uitstraling van de verkeersfunctie beperkt en komt de aandacht meer op de verblijfsfunctie te liggen.
– Natuurlijke tinten passen beter in het landschap.
– In een omgeving zonder straatverlichting blijft het onderscheid tussen de stroken na zonsondergang beter zichtbaar dan bij toepassen van rood asfalt. Ook voor kleurenblinden is dit beter te onderscheiden.
– Het kleurverschil tussen het asfaltgrijs en fietspadenrood is niet zichtbaar bij weinig licht of een andere lichtkleur dan wit. Alleen de markering die de buitenste stroken scheiden van de middenrijloper geeft dan nog de onderverdeling van het wegprofiel aan.
– [F1, F2]

[ link ]

Figuur 23-2. Suggestiestroken 1,80 m, middenrijloper 2,20 m [F4]

[ link ]

Figuur 23-3. Flexibel asfalt-waterschapsmengsel en in het midden een slijtlaag met witte steentjes (reflection white) [F1, F2]

[ link ]

Figuur 23-4. Suggestiestrook met middenrijloper van 2,2 m met een slijtlaag met witte steentjes (reflection white) [F1, F2]

[ link ]

Figuur 23-5. Karrespoor: geen ruimte voor middenrijloper van 2,2 m. Middenrijloper met een slijtlaag met witte steentjes (reflection white). Door de slingering van die baan te overdrijven lijkt de weg nog meer te slingeren, wat snelheidsremmend werkt. [F1, F2]

[ link ]

Figuur 23-6.
– Wegprofiel voor weg 5,2-5,8 m breed: middenstrook in lichte asfaltkleur 0,5-0,8 m breed.

– De breedte van deze strook mag ook op hetzelfde wegvak eventueel variëren afhankelijk van de plaatselijke rijbaanbreedte.
– Om te voorkomen dat de strook het verkeer te veel geleidt waardoor de snelheid kan oplopen, kan deze middenstrook regelmatig worden onderbroken.
– Door de slingering van de strook iets te overdrijven lijkt de weg nog meer te slingeren, dat remt de snelheid.
– Door toepassing van een slijtlaag met witte steentjes (reflection white), zorgt de strook in het donker ook voor markering van de weg.
– Door het verschil in verharding zal het motorverkeer terughoudender worden in de bochten over te hangen, waardoor de snelheid van deze voertuigcategorie wordt geremd. [F5]

[ link ]

Figuur 23-7. Met markering kan eenzelfde effect worden bereikt. Hier een voorbeeld van een weg in een recreatiegebied (Maximapark Leidsche Rijn).

[ link ]

Figuur 23-8. De rijbaan wordt visueel versmald door het midden van de rijbaan te voorzien van gebakken straatstenen. Groepen beplanting doorbreken het ritme van de laanbomen en werken daarnaast plaatselijk optisch versmallend. [O5]

Flexibel asfaltmengsel: minder snel scheuren, karakter van landweg

De toepassing van een flexibel asfaltmengsel blijkt ook vele mogelijkheden te bieden. Door de ongelijkmatige zettingen in de ondergrond kan het asfaltmengsel de vervormingen beter volgen. Hierdoor ontstaan minder snel scheuren. Een bijkomend voordeel is dat door de ongelijkmatige zettingen een beter snelheidsbesef bij de weggebruiker ontstaat. De weg krijgt meer het karakter van een landweg.

Onderbreking van eentonig wegbeeld door afwisseling verharding

[ link ]

Figuur 23-9. Een heul of duiker kan worden benut om met een andere verhardingssoort een eenvormig wegbeeld te doorbreken, zo wordt het samen met het hoogteverschil een verkeersdrempel. [F1, F2]

[ link ]

Figuur 23-10. Voorbeeld van geleiding van de wijziging van de ontwerpsnelheid van 60 naar 30 km/h door toepassing van een andere kleur en/of type verharding. [F1]

[ link ]

Figuur 23-11. Klinkers [F4]

Meer informatie

  • Voor meer informatie zie de Literatuurlijst.
  • Heeft u extra informatie over of voorbeelden bij dit onderwerp?
    Laat het ons weten via de reageerbutton rechtsboven in deze factsheet.