Toepassing van drempels buiten de bebouwde kom
Voor toepassingen buiten de bebouwde kom is sprake op dijkwegen (erftoegangswegen), recreatiewegen, en provinciale wegen (gebiedsontsluitingswegen). Ook hier geldt dat de wegbeheerder door toepassing van een drempel een bepaalde snelheid wil afdwingen. Bijvoorbeeld op rechtstanden of voor bochten op dijkwegen waar een maximumsnelheid geldt van 60 km/h.
Drempel 60
Drempel 60 is bestemd voor toepassing in 60 km/h-gebieden, vooral buiten de bebouwde kom, bijvoorbeeld op gebiedsontsluitingswegen en erftoegangswegen waar een dergelijke snelheidslimiet geldt. Deze situatie komt voor in gebieden waar de wegbeheerder de voorgeschreven maximumsnelheid wil afdwingen, bijvoorbeeld op wegen in landschapsparken of op risicovolle dijkwegen langs de rivier.
Drempels met een hoge passeersnelheid van 60 km/h verschillen van drempels binnen de bebouwde kom door een veel langere op- en afrit. Daardoor is de totale lengte van deze drempels bij een hoogte van 8 cm wel vier keer zo lang als een Drempel 20. Door de grotere lengte van de drempel 60 is schade door schampen vrij uitzonderlijk. Bij aanleg van de hogere drempel (12 cm) kan iets meer afwijking bij de hoogte worden toegelaten. Verder gelden dezelfde constructieve eisen, maatvoeringen (alleen sinusvormig profiel), en markering en bebakening als voor de andere drempels (zie voor maatvoering hoofdstuk 4).
[ link ]
Figuur 9. Ook buiten de bebouwde kom kan behoefte bestaan aan verkeersdrempels
Waarschuwing drempel
In het verleden werd slechts in die gevallen waar de herkenbaarheid van de verkeersdrempel duidelijk in het geding was, een waarschuwingsbord (J38) geplaatst. Wanneer het gaat om drempels ter ondersteuning van het geldende snelheidsregime, is een verkeersbord niet noodzakelijk. Deze overweging geldt ook voor drempels buiten de bebouwde kom.