Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Richtlijnen voor de bebakening en markering van wegen 2024
Deze tekst is gepubliceerd op 19-02-15

2.1.2 Doorgetrokken strepen

Een doorgetrokken streep kan zijn:
  • een asstreep aansluitend op een stopstreep bij verkeerslichten;
      -lengte 20 meter;
      -mag niet overschreden worden.
  • een deelstreep in de verkeersruimte ter begrenzing van opstel- of rijstroken nabij kruispunten;
      -lengte 10 meter (bij 50 km/h) of 15 meter (bij > 50 km/h);
      -mag overschreden worden.
  • een as- of deelstreep in de verkeersruimte;
      -langer dan 20 meter;
      -mag niet overschreden worden.
  • een kantstreep langs de rijstroken voor gemotoriseerd verkeer in de oksels van (turbo)rotondes (vooral buiten bebouwde kom);
  • een kantstreep ter begrenzing van verkeersruimte (rijbaan of fietspad of fiets-/bromfietspad);
      -langer dan 20 meter;
      -mag overschreden worden.
  • een as-streep en kantstreep (indien aanwezig) bij fietspad of fiets-/bromfietspad:
      -ononderbroken kantstreep
      -bij uitritten zowel as- als kantmarkering doorzetten
Om verwarring te voorkomen, moeten op wegvakken geen doorgetrokken strepen met een lengte tussen de 10 en 20 meter worden toegepast.
Bij doorgetrokken strepen in lengterichting kunnen afwateringsproblemen ontstaan wanneer markeringsmateriaal met een dikte van meer dan 1 millimeter is gebruikt, bijvoorbeeld thermoplastisch materiaal. Water, dat tegen de randen van dit materiaal kan blijven staan, levert aquaplaning of opvriezingsgevaar op voor de weggebruiker. Aanbevolen wordt daarom om bij toepassing van dit materiaal de doorgetrokken strepen op regelmatige afstanden te onderbreken (bijvoorbeeld om de 1,0 meter) door het aanbrengen van een afwateringssleuf van 30 tot 50 millimeter breed.