Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Veilige inrichting van bermen van niet-autosnelwegen buiten de bebouwde kom
Deze tekst is gepubliceerd op 15-10-19

Botsveilige objecten

Voor de veiligheid moet wegmeubilair zo in elkaar zitten dat het bij aanrijding gemakkelijk losraakt of bezwijkt. Wanneer het vaste voorwerp veel energie kan opnemen, zijn de voertuigvertragingen groot. Dat betekent dat tijdens en na een botsing grote kracht wordt uitgeoefend op de inzittenden en er dus grote kans op letsel is. Deze paragraaf gaat in op het veiligheidsniveau van botsveilige objecten. Hoofdstuk 9 beschrijft de eisen aan afschermingsvoorzieningen.
[ link ]

Obstakel in de berm

Objecten die zich binnen de obstakelvrije zone bevinden dienen aantoonbaar te voldoen aan de Europese normen voor botsveiligheid. Deze zijn beschreven in de NEN-EN 12767 ‘Passieve veiligheid van constructies voor weguitrusting, eisen en beproevingsmethoden’ [O16]. In deze norm zijn meerdere prestatieklassen onderscheiden. In praktijkproeven met een personenauto is aan te tonen of een object aan de eisen van een bepaalde klasse voldoet. De praktijkproef bestaat uit twee testen:
  • een test met een botssnelheid van 35 km/h om aan te tonen dat de constructie ook bij een lage snelheid voldoet;
  • een test met snelheden van 50 km/h, 70 km/h of 100 km/h.
Net zoals in de NEN-EN 1317 ‘Afschermende constructies voor wegen’ [O2], zijn ook in de NEN-EN 12767 de vereisten functioneel omschreven en hiermee productonafhankelijk. Hiermee zijn in de markt verkrijgbare producten vrij toepasbaar, mits zij gecertificeerd zijn volgens deze normen.
Vaste voorwerpen zijn botsveilig wanneer zij zijn onderworpen aan praktijkproeven conform NEN-EN 12767 en voldoen aan de criteria in één van de veiligheidsniveaus voor inzittenden van deze norm. De classificatie ‘botsveilig’ geldt ook voor objecten waarvan door een keuringsinstantie (‘notified body’) is aangegeven dat deze voldoen aan de criteria in NEN-EN 12767. Deze botsveilige objecten mogen binnen de obstakelvrije zone worden geplaatst, mits deze voldoen aan de benodigde prestatieklasse voor de specifieke toepassingslocatie. In tabel 7-2 staan de eisen voor zowel de lichtmasten als de ondersteuningsconstructies van bijvoorbeeld verkeersborden en bewegwijzeringsborden. De codering van de veiligheidsniveaus zijn als volgt opgebouwd: snelheidsklasse, categorie van energieabsorptie, veiligheidsniveau van inzittenden. Bijvoorbeeld 70,HE,3.
In tabel 7-1 is per ontwerpsnelheid de bijbehorende snelheidsklasse (in tabel 7-2 aangeduid met een X) weergegeven. De snelheidsklasse geeft aan wat de snelheid van het voertuig is bij de uit te voeren botsproef. Naast de snelheid die volgt uit de snelheidsklasse dient ook altijd een botsproef bij een lage snelheid van 35 km/h uitgevoerd te worden.
Bij de energieabsorptie wordt onderscheid gemaakt in drie categorieën die in de botsproeven bepaald worden op basis van de snelheid van het voertuig na aanrijding:
  • HE: hoge energieabsorptie (high energy absorbing);
  • LE: lage energieabsorptie (low energy absorbing);
  • NE: geen energieabsorptie (non-energy absorbing).
Het veiligheidsniveau van inzittenden wordt bepaald aan de hand van de ASI-waarde (acceleration severity index, of schokindex) en THIV-waarde (theoretical head impact velocity) van de botsproef op lage en op hogere snelheid, ten opzichte van de maximale waarden voor ASI en THIV per veiligheidsniveau. Daarbij zijn drie veiligheidsniveau onderscheiden die zijn aangeduid met de cijfers 1, 2 en 3, waarbij een hoger cijfer neerkomt op een hoger veiligheidsniveau.
Tabel 7-1. Standaard veiligheidsniveaus voor inzittenden per ontwerpsnelheid (V0)
Ontwerpsnelheid V0 (km/h)
Snelheidsklasse
50 of lager
50
60
70
80
100
100 of hoger
100
Tabel 7-2. Prestatieklasse van botsveilige objecten naar type object en kans op secundair ongeval (X = snelheidsklasse)
Type object
Veiligheidsniveau op basis van NEN-EN 12767, bij geen kans op secundair ongeval
Veiligheidsniveau op basis van NEN-EN 12767, bij wel kans op secundair ongeval
lichtmasten en eenpotige ondersteuningen
X,NE,3
X,HE,3
meerpotige ondersteuningen
aan één van de klassen in afnemende prioriteit: X,NE,3 of X,NE,2 of X,LE,3 of X,HE,3
aan één van de klassen in afnemende prioriteit: X,HE,3 of X,LE,3 of X,NE,2 of X,NE,3
Secundaire ongevallen zijn ongevallen waarbij een constructie is aangereden en op de weg terecht is gekomen en een ander voertuig vervolgens tegen deze constructie rijdt.
Het is van belang dat de classificaties voor objecten richtingsongevoelig zijn, in het bijzonder waar breek- of afschuifconstructies (veelal NE,3) worden toegepast. De aanrijdhoeken in de praktijk kunnen immers afwijken van de aangenomen testhoek (bijvoorbeeld langs gebogen rijbanen).