Redresseerruimte
Met het oog op enkelvoudige ongevallen is van het dwarsprofiel niet alleen de totale verhardingsbreedte van belang, maar ook de breedte van de redresseerruimte. De redresseerruimte bestaat uit de kantstreep en de redresseerstrook. De redresseerstrook is een verharde strook van beperkte breedte, naast de rijstrook, die bedoeld is om weggebruikers de gelegenheid te geven hun koers te corrigeren.
Lichte koersafwijkingen waarbij voertuigen deels buiten de kantstreep rijden, komen vaak voor. Hoe vaak dat gebeurt, hangt af van onder meer de breedte van de rijstrook, de verkanting, de boogstraal en de snelheid. Een relatief brede redresseerstrook helpt om de kans op rijbaan-af-ongevallen te verlagen. Op de enkelbaanswegen met uitsluitend een asmarkering is het aandeel bermongevallen hoger dan het aandeel frontale ongevallen. Gezien dit ongevallenbeeld lijkt het beter om voor een relatief brede redresseerstrook te kiezen dan voor een relatief brede rijrichtingscheiding. De redresseerstrook moet daarentegen niet te breed zijn om illegale inhaalmanoeuvres te voorkomen en niet de suggestie te wekken van een fiets(suggestie)strook.
Informatie over de gewenste en maximale breedte van de redresseerstrook staat in het Handboek wegontwerp [W6].
Lichte koersafwijkingen waarbij voertuigen deels buiten de kantstreep rijden, komen vaak voor. Hoe vaak dat gebeurt, hangt af van onder meer de breedte van de rijstrook, de verkanting, de boogstraal en de snelheid. Een relatief brede redresseerstrook helpt om de kans op rijbaan-af-ongevallen te verlagen. Op de enkelbaanswegen met uitsluitend een asmarkering is het aandeel bermongevallen hoger dan het aandeel frontale ongevallen. Gezien dit ongevallenbeeld lijkt het beter om voor een relatief brede redresseerstrook te kiezen dan voor een relatief brede rijrichtingscheiding. De redresseerstrook moet daarentegen niet te breed zijn om illegale inhaalmanoeuvres te voorkomen en niet de suggestie te wekken van een fiets(suggestie)strook.
Informatie over de gewenste en maximale breedte van de redresseerstrook staat in het Handboek wegontwerp [W6].
Bij erftoegangswegen wordt niet gesproken over een redresseerstrook, maar over een kant- of uitwijkstrook. Indien fietsers en bromfietsers op de rijbaan worden afgewikkeld, wordt de strook, afhankelijk van de toepassing van een fietssymbool op het wegdek, een suggestiestrook of fietsstrook genoemd.