Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Wegontwerp voor openbaar vervoer
Deze tekst is gepubliceerd op 31-07-19

Multimodaliteit van ov-haltes

Multimodaal reizen
Iemand die op weg naar zijn werk eerst met de fiets gaat, vervolgens op de trein stapt en uiteindelijk met de bus op het werk aankomt, maakt een reis die bestaat uit meerdere delen (ritten). Wanneer de reis met meer dan een vervoermiddel (modaliteit) wordt afgelegd, heet dit ketenmobiliteit. Deze keten bestaat uit verschillende delen en ‘schakels’. Juist op deze verschillende ‘schakels' hebben reizigers steeds andere behoeften aan informatie, vervoersmogelijkheden en producten en diensten. Een reiziger die zojuist op een station is aangekomen en het vervolg van zijn reis moet uitstippelen, heeft bijvoorbeeld behoefte aan andere informatie en vervoersmogelijkheden dan bij het overstappen zelf of bij aanvang van het natransport. Een ketenreiziger moet een echte keuze hebben.
Een overstappunt is een (ov-)voorziening waar reizigers kunnen overstappen van het ene op het andere vervoermiddel. Voorbeelden van overstappunten zijn busstations, metrostations en treinstations. Tevens kunnen reizigers overstappen van de auto naar een ander (openbaar)vervoermiddel, waarmee ze het laatste deel van de reis maken. Dit is het natransport.
Een overstappunt is in eerste instantie bedoeld voor overstappers van het ene vervoermiddel op het andere. Maar dit wil niet zeggen dat een overstappunt geen mogelijkheden kan bieden voor andere functies en andere klantgroepen. Voor omwonenden, bedrijven en evenementenlocaties in de directe omgeving kan het overstappunt bijvoorbeeld dienen als alternatieve parkeerlocatie. Ook kan een overstappunt dienstdoen als vertrekplaats voor touringcars naar buitenlandse vakantiebestemmingen, als carpoolplaats of als uitgiftepunt van bijvoorbeeld Greenwheels en de OV-fiets. Daarnaast kan een overstappunt een belangrijke schakel zijn in de verknoping van openbaarvervoervoorzieningen.
Afgezien van de mogelijke exploitatieve voordelen, kan meervoudig gebruik ook het succes en het gebruik van het overstappunt vergroten. Wel moet hierbij worden bedacht dat dit niet ten koste mag gaan van de kwaliteit van de overstapfunctie. Afhankelijk van een gegeven situatie moet worden bekeken in hoeverre aanvullende inrichtingseisen voor deze functies noodzakelijk zijn.
[ link ]

Ketenmobiliteit (SOAB/BMF, 2001)